Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er zoude naar 's konings inzien te minder zwarigheid bestaan om met Engeland schikkingen aan te gaan, welke niet vokomen met de bestaande wetgeving mogten overeenstemmen, omdat.het sluiten van tractaten aan Z. M. zijnde voorbehouden, H. D. dan ook zekere punten moet kunnen toegeven of wijzigen, ten einde grooter nadeelen te weeren of andere voordeelen te verkrijgen; hiervan zoude dan een ontwerp van wet'het gevolg kunnen zijn, waarin de met Engeland gemaakte schikkingen tot grondslag zouden kunnen strekken.

Z. M. vermeent dat, wanneer de schikking (volgens de veronderstelling vervat in eene bijlage *) der laatstgemelde depêche), reeds met'den len Augustus aanstaande zoude moeten werken, het vooruit te zien is, dat de voorkeur in Engeland zal gegeven worden aan eene overeenkomst door het wisselen van nota's boven het sluiten eener formeele conventie, hoe aannemelijk anders ook; terwijl de nota van den heer Canning, bij de laatste depêche overgelegd *), bij den koning geen twijfel overlaat omtrent den wensch van Engeland om in verdere schikkingen te komen, waarin Z. M. veel geruststellends heeft gevonden.

Tot regeling der geheele zaak zal te zijner tijd een ontwerp van besluit van U. Exc. bij den koning worden ingewacht.

Het zoude ook een punt van overleg behooren uit te maken of, en zoo ja, welke wijziging eene soortgelijke schikking met Engeland in de onderhandelingen met Frankrijk zoude kunnen teweegbrengen; welk gebruik daarvan casu quo in de instructie, bedoeld bij mijne geheime missive van den 25e» dezer*), gemaakt en welke drangredenen uit die omstandigheid ontleend zouden kunnen worden, zoowel om het Fransche ministerie te bewegen van in onderhandeling te treden, als om voor te komen dat Frankrijk zich niet beklage minder gunstig dan Engeland in de Nederlandsche havens behandeld te worden, maar integendeel te bewijzen, dat ten aanzien van beide rijken naar dezelfde beginselen dezerzijds wordt te werk gegaan.

*) In het ongedateerde concept van de nota-Canning (van 2 Augustus), door Falck tegelijk met no. 84 overgezonden, wordt 1 Augustus als datum voor net ingaan van de schikking genoemd. Het concept is door mij niet overgenomen, daar het slechts in enkele worden van de later ingediende nota afwijkt. Zie no. 92.

2) Zie de vorige noot.

*) Hierin werden nieuwe retorsiemaatregelen tegen Frankrijk overwogen. (R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 27 Juli X824, no. 13. Vermeld Falck, Gedenkschriften, Wz. 430.)

Sluiten