Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z. M. doet de beide bovengemelde punten aan uwe bijzondere aandacht aanbevelen.

NO. 89. — 1824, Juli 27. — VAN REEDE AAN FALCK 1).

Intusschen en in de verwachting, dat Z. M. zich aan H. D. beschikking») op het rapport van 25 July») zal houden, ga ik alvast over, ten einde geen tijd te verliezen, om U.Exc. die beschikking aanvankelijk mede te deelen. „Ik zoude", zegt de koning, „wat de zaak ten principale betreft, mij wel kunnen vereenigen met het conciliatoir en den ambassadeur kan dienovereenkomstig geschreven worden; doch ik geve nog de voorkeur aan eene schikking in forma en zie geene zwarigheid in het denkbeeld van aan te nemen het voorstel van den heer Huskisson, mits wij ons voorbehouden omtrent den handel buiten Europa zoodanige maatregelen te kunnen nemen, als wij noodig oordeelen en overeenkomende met de bepalingen, in Engeland bestaande". „Wanneer de heeren ministers en secretaris van staat", (merkt Z. M. verder op) „hier niet tegen hebben, zoude zulks dus ook aan den ambassadeur Falck kunnen worden te kennen gegeven en aan zijn beleid de twee middelen overgelaten om uit onze moeyelijke positie te geraken, terwijl overigens alsdan te minder zwarigheid zoude bestaan bepalingen met Engeland aan te gaan, die niet volkomen met de bestaande wetgeving strooken, daar het afsluiten van tractaten aan den koning is voorbehouden en hij tot het weeren van nadeelen of het verkrijgen van voordeden alsdan ook moet kunnen andere punten toegeven of wijzigen en zulks zal kunnen gevolgd worden van een ontwerp van wet, waarbij de schikkingen met Engeland tot grondslag zoude dienen".

De koning bij deze beschikking zich nog wel hebbende willen gedragen aan de nadere verklaring der ministers en van den secretaris van staat, kan ik hier bijvoegen dat wij, in aanmerking nemende het oogpunt, waaruit Z. M. de zaak beschouwd heeft, tegen de eventueele behandeling volgens het ze lid en dus tégen eene schikking in forma, naar aanleiding van het voorstel van den heer Huskisson, geene bedenkingen hebben,behoudens de reserve door den koning gemaakt omtrent den handel buiten Europa, welke

x) R. A., Buitenlandsche Zaken, 27 Juli 1824, no. 20. ») No. 88. 8) No. 87.

Sluiten