Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Canning in de aldus beschreven restrictie berust hebbende, achte ik het wenschelijk, dat de te geven bevelen zooveel mogelijk in dezelfde uitdrukkingen vervat worden, en vooral dat de beamten der in- en uitgaande regten zich van handelingen en voorzorgen onthouden, die de Engelsche belanghebbenden aanleiding zouden kunnen geven om te klagen, dat de voor hen bedongene gunst illusoir wordt gemaakt.

Ik ga mij nu onledig houden met te overwegen, welke bescheiden en ophelderingen uit Nederland dienen te worden overgezonden.ten einde mij in staat te stellen om bij de terugkomst van den heer Huskisson alhier een begin te maken met de moeyelijke onderhandelingen over het commercie-tractaat.

No. 94. — 1824, AugUStUS ÏI. — BESLUIT VAN DEN KONING

Op de voordragt van onze ministers van Buitenlandsche Zaken en voor de Nationale Nijverheid en de Koloniën en van onzen Staatsraad, Administrateur der Directe Belastingen, In- en Uitgaande Regten en Accijnsen nopens het te geven gevolg aan de te Londen bij de geopende onderhandelingen tot het aangaan van een op wederzijdsche belangen gegrond handelstraktaat getroffene voorloopige overeenkomst, in afwachting van de sluiting van gezegd traktaat,

hebben besloten en besluiten:

Art. 1. <

Alle goederen, welke na den 14e» dezer loopende maand uit het Vereenigde Koninkrijk van Groot-Brittanniën zullen worden ingebragt met schepen onder Engelsche vlag, zullen voorloopig, ten aanzien van de inkomende regten, worden beschouwd en behandeld evenals of de invoer ware geschied met Nederlandsche schepen.

Deze voorloopige 4wschikking zal eerst dan als eene definitive bepaling worden beschouwd, wanneer het voorgenomen handelstraktaat zal zijn gesloten.

Art. 2.

Deze gelijkstelling strekt zich niét uit tot zoodanige goederen,

*) Sttbl. no. 44. — R. A., Waterstaat 2567.

Sluiten