Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leidt, alsof het hier aankwam op de uitkomst van de z.g. handelsbalans en ik gedraag mij aan de geloofsbelijdenis, die ik meermalen heb afgelegd, die het meest geld en die het minste goederen ontfangt, doet daarom alleen geene betere zaken, maar die dat , ontfangt, waarvan hij de meeste partij kan trekken, deze is er het eerste aan — hierin ligt het schoone en in zekere zin het verborgene van den handel, dat niet een behoeft te verhezen, wat de andere wint, maar dat geld en goed, door veele handen gaande, aan veelen leven en voordeel bezorgt.

Handelsverdragen op zulke beginselen gevestigd zijn niet moeyelgk te ontwerpen; welligt zouden zij dan overbodig zijn, maar de omstandigheden hebben- eenen gedwongen staat van zaken tewege gebracht en de onderlinge beschikkingen van volkeren enfcijzondere personen zijn uit haar verband gerukt; de persoonlijke belangen worden meer dan ooit als op zichzelven'staande en dus uit het hoogst mogelijk egoistisch oogpunt beschouwd, hinderhjk in den staat van zaken aan het stichten van algemeen goed. Waartoe mag men zich daarboven niet verheffen; moet men elk belang op zichzelven overwegen, moet men in een beoordeeling vallen van hetgeen het eene belang gedoogt, het andere vordert, het derde verbiedt, dan is men elk oogenblik in gevaar van te dwalen, dan echter is de kennis van veele bijzonderheden onmisbaar, welke ons in waarheid ontbreekt; alzoo ontvalt ons dan ook de vergelnking van het resultaat van den in- en uitvoer met den wezenlijken stand onzer concurrerende fabrieken, waarvan de heer Falck spreekt, en ja, die wezenlijke toestand dezer fabrieken is ook uit andere hoofden voor ons duister. Welk licht bijvoorbeeld is er opgegaan uit het onderzoek omtrent de juiste evenredigheid tusschen de waarde van onze linnens en de daarop elders geheven regten ? En om nog een enkel voorbeeld hier aan te halen : de wezenlijke toestand onzer ijzerfabrieken is, voor zooverre mijne onderzoekingen gaan, nog niet tot klaarheid gebragt, en hoe tot een voldoende kennis te geraken? Terecht merkt dé heer Falck aan, „dat onze fabrikanten wel tegen alle vermindering stemmen zullen en de oogen gesloten houden voor eene waarheid, die echter geen betoog noodig heeft, dat namelijk zonder eenige mschikkelijkheid van onze zijde op punten, die voor de Engelsche nijverheid van waarde zijn, alle pogingen om onze voortbrengselen den toegang tot deze markten te bezorgen,

Sluiten