Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 Juny 1824 aan Uwe Exc. *) in de onderstelling van wederkeerige inschikkelijkheid van zijné landlieden zeide: „they may then take their chance in the way of a fair Competition", en waarlijk, sommige onzer Nederlandsche fabrikanten, die van lakens, katoene lijnwaden, linnens, wolle, gebreide goederen, kanten, geslepen glaswerk, hoeden, mogen wel met andere wedijveren, want het is niet geheel onmogelijk, dat zij ook in Engeland vertier vinden, gelijk in vroegere dagen onza langetten, kanten, garen, linten, getwijnde garens, in Engeland een zeer ruim vertier vonden, waarvan Haarlem nog in mijne kindsheid het voorbeeld gaf en het voordeel trok, hetwelk, zoodra door den oorlog en verdere gevolgen daarvan eerst feitelijk, daarna wettelijk, alle uitwegen derwaarts en elders gesloten wierden, verdwenen is.

In dienzelfden laatstgemelden brief merkt de heer Falck met juistheid aan, men zal in Engeland geene vermindering van rëgten kunnen verkrijgen, wanneer men daartegen niet eene wederkeerige begunstiging van Britsche fabrikaten in de schaal leggen kan, en zoo ook kan Engeland niet van ons vergen, dat wij hunne fabrikaten zouden innemen zonder de onze bij hen te zien welkom heeten.

Ziedaar aan Uwe Exc. het algemeen gezichtspunt voorgesteld, waaruit de zaak naar het licht, mij gegeven, kan beschouwd worden.

Maar dan komt het vooral aan op de stemming in Engeland. De heer Falck is in de gelegenheid die stemming te onderzoeken. Zal de aanspraak des konings bij de opening van het parlement gevolgd worden van voorstellen in den zin dier milde betuigingen ? Hoe zullen zij bij het parlement opgenomen worden? Ziedaar vragen, welker beantwoording van belang is, maar buiten den kring van onze wetenschap ligt. Bij de bedenkingen *), die den brief des ambassadeurs Falck van 17 Augustus 1824 vergezelden, stelt Z. Exc. met rede grooten prijs om de voornemens en begeerten der Engelschen duidelijker te kennen, maar daarom zie ik nog al op om nu den ambassadeur met meer bepaalde instructiën te voorzien.

Ik twijfel, of zulks aan de onderhandelingen bevordelijk zijn zou: algemeene betuiging van in den meest mogelijken ruimen zin

*) No. 79. ') No. 96.

Sluiten