Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len, welke de heer Huskisson voorleden week in het Lagerhuis gedaan heeft, een korter en, zoo ik mij vleije, tevens een duidelijker en getrouwer overzigt te geven dan de lezing van de nieuwspapieren aan U. Exc. zouden kunnen verschaffen. Die voorstellen worden nu> in den vorm van concept-wetten gedrukt en hoewel dezelve in den loop der debatten, die eerst na de Paaschvacantie zullen plaats hebben* hier en daar wel eenige verandering ondergaan zullen, laat echter de wijze, op welke de heer Huskisson is aangehoord en van vele zijden toegejuicht, geenen twijfel over omtrent de aanneming van zijn systema in het algemeen. Dit systema is dermate in den geest van hetgene mijne instrüctiën mij voorschrijven te bevorderen als strookende met dat Van Nederland en heilzaam voor de nijverheid van 's konings onderdanen , dat ik mij niet onthouden kan van H. D. met dezen keer der zaken eerbiedig geluk te wenschen.

Die dit rijk en de moeyelijkheid, met welke men zich van sedert lang bestaande wetten en instellingen losmaakt, naar behooren kent, zal zich verwonderen over eene zoo spoedige ontbmding van het prohibitief stelsel. De waarheid is, dat de kennis der goede beginselen van staathuishoudkunde gedurende de laatste jaren bij meest alle standen grooten voortgang heeft gemaakt, en de eerste stoot gegeven zijnde, kan het schier niet missen, of elke sessie van het parlement zal door eenigen stap van toenadering tot een geheel vrijen handel gekenmerkt worden. Reeds heeft de heer Huskisson niet geschroomd te kennen te geven, dat hij de door hemzelven voorgestelde regten van invoer Voor doorgaans hooger houdt dan met het begrip eener verstandige bescherming der inlandsche nijverheid overeen te brengen is, doch dat men eenigszins geduld moet hebben met vooróordeelen, die zoolang de bovenhand hebben gehad en gemakkelijker voor de ondervinding wijken zullen dan voor redeneringen. Trouwens wel verre van het te willen laten berusten bij het nu voorgestelde is het ministerie, ik houde mij des verzekerd, even bereid als het bevoegd meent te zijn om met naburige rijken op den grondslag van wederkeerigheid afzonderlijke bescluJckmgen te maken. Z. M. zal zonder twijfel goedvinden, dat ik van deze gezindheid ten behoeve van Nederland partij tracht te trekken. Er zijn een aantal artikelen die, hoewel aanmerkelijk ontlast, het nog niet genoeg zijn om ons op eenig debiet van aanbelang

Sluiten