Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezonden, indien men de afwijzing der kwestieuse schepen na den Sisten December wil voorkomen. Doch mogt dit het geval zijn, en de onderhandeling overigens eenen goeden uitslag beloven, dan zullen de rrunisters geen zwarigheid maken om de coloniale autoriteiten intijds te magtigen tot het provisioneel in kracht houden der bill van 1820. Dit tenminste houde ik mij geregtigd om uit mijn gesprek met den heer Huskisson af te leiden.

No. III. — 1825, Juni 10. — FALCK AAN DE CONINCK»).'

Ter onverwijlde beantwoording van Uw Exc.'s schrijven van voorleden Dinsdag •) kan ik melden, dat de bijlage s) der vertrouwelijke depêche van den Graaf van Reede, in dato 7 Maart 1825 *), in/Originah aan dezen minister is teruggezonden tien of twaalf dagen na de ontvangst, doch de juiste datum is door mij verzuimd aan te teekenen. Die teragzending geschiedde bij een vertrouwelijke en particuliere missive, omdat ik mij ongaarne op eene stellige wijze uit wilde laten over de bedenkingen, door den toenmaligen minister van Nationale Nijverheid en Koloniën *) in het midden gebragt. Trouwens de Graaf van Reede zelve, die volkomen met de antecedentia bekend Was en met den last mij vanwege den koning gegeven'om alhier tot eene verzachting van het fiscale stelsel werkzaam te zijn, de Graaf van Reede zeg ik, verklaarde op het slot der reeds aangehaalde vertrouwelijke depêche van 7 Maart, dat er van het verder uitstellen der onderhandeling geene kwestie konde zijn en al hetgene de heer Elout in dit opricht had geopperd daarmede vervallende, zoo schoot er niets over dan een aantal zwarigheden omtrent het bijeenbrengen der punten van instructie, met welke zwarigheden, hetzij dan gegrond of ongegrond, de onderhandelaar, (het zij onder reverentie gezegd), niets ter wereld te doen had. Thans na eene aandachtige herlezing van de extracten, die ik in de maand Maart uit de geheime missive van welgemelden niiruster had doen maken, vinde ik geene termen om van dat gevoelen af te gaan, en heb dus nu, evenmin als toen, nadere inlichtingen aan te bieden. Ondertusschen, daar ik vreeze dat de zaak sedert in den Haag niet aanmerkelijk zal zijn gevorderd, neme ik de vrijheid van een

!) Uit Londen, no. 63. — R. A., Brievenregister Londensch legatie-archief. 2) 7 Juni. ») No. 103. «) No. T04. !) C. T. Elout.

Sluiten