Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel aan de hand tegeven, dat hoewel niet verkieselijk, indien ik slechts met de belangen mijnër eigene verantwoordelijkheid te rade wilde gaan, ten minste dit groote voordeel heeft, dat er gebruik zal kunnen worden gemaakt van den tijd, die tot eene onderhandeling met het Engelsche ministerie meest geschikt is. Dit middel zoude hierin bestaan, dat ik voorloopig en in algemeene termen gemagtigd werd om in onderhandeling te treden over de belangen van scheepvaart en commercie, zoo in de West-Indische bezittingen als in Europa, in alles uitgaande van het beginsel der reciprociteit, het voordeel van Nederland naar mijn beste weten behartigende, en zoodra ik tot een aanvankelijk resultaat mogt zijn gekomen, daarvan verslag doende aan Uwe Exc. Zoodanig verslag zou dan de taak der betrokkene departementen verligten en waarschijnlijk aan dezelve gelegenheid geven om hunne gedachten en bevinding omtrent de meest wenschelijke stipulatièn gemakkelijker uiteen te zetten. Doch ik mag niet eindigen zonder te herhalen, dat dit slechts voorgesteld wordt bij gebrek van beter en dat het mijns inziens voorzichtiger zoude zijn zoowel als ordelijker, dat ik van instructiën voorzien werde, gebaseerd op voorafgaande ruggespraak met Kamers van Koophandel en Fabrieken en met ervarene individus, eensdeels omtrent hetgene wij 'aan Engeland zouden kunnen inwilligen en ten anderen omtrent de concessiëh van Engeland aan ons.

No. 112. — 1825, Juni 27. — STRATEN US AAN DE CONINCK 1).

Uwe Exc. heeft mij bij missive van den ï8 Juni 1.1. *) gelieven mede te deelen onderscheidene hierbij teruggaande stukken, alle betrekking hebbende tot de onderhandelingen tusschen dit rijk en Engeland, met bijvoeging van de begeerte des konings des H. D. ambassadeur aan het hof van Groot-Brittanniën zoo spoedig mogelijk voorzien worde van instructiën, waartoe Uwe Exc. zoo eer zoo beter van mij verlangt te bekomen eene opgave van die punten, welke, naar mijn inzien, aan deze zijde aan Engeland zoudw kunnen worden ingewilligd en om hetgeen weder-

l) R. A., Waterstaat 2567. •) R. A. Buitenlandsche Zaken, 18 Juni i8»5, no. 35.

Sluiten