Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerig aan Engeland zoude moeten worde gevraagd, en om zulks te bevatten in het ontwerp eener instructie.

Ik heb mij gehaast, zooveel het groot belang van de zaak maar eenigszins toeliet, dit gewigtig onderwerp met allen ernst te overwegen, de verlangde punten van instructie te ontwerpen1). Ik heb de eer dezelve aan Uwe Exc. hierbij te doen toekomen, daarbij opmerkende, dat ik gemeend heb, ten minsten vooralsnog daarin niet te moeten noch te kunnen begrijpen het vooral wegens de nog niet» wel te voorziene gevolgen zoo gewigtige punt van de vrije vaart en handel van Engeland en Nederland op en van derzelver respectieve berittingen in de West-Indien en Amerika. Want indien het aan de eene zijde waar is, dat door het aannemen van dit beginsel een ruim veld voor de nijverheid, handel en cheepvaart van dit rijk zoude geopend worde, zoo kan echter aan de andere zijde niet ontkend worden, dat de betrekkingen van dit rijk tot de in zoovele opzigten hoogst belangrijke kolonie van Suriname daardoor zeer veel van gedaante zouden veranderen, en wanneer men nu overweegt, dat de mtsluitende vaart op deze, bij een bijzonder reglement») bestuurd wordende volksplanting, bijna de nog eenige bloeiende tak van handel en scheepvaart voor Amsterdam uitmaakt en dat alle schikkingen daaromtrent met Engeland, ofechoon ook op een algemeen vrijgevig, veel omvattend en wel beraamd stelsel gegrond, in de hoofdstad eenen onverwachten hevigen schok zouden veroorzaken, en eenen grooten invloed op de gemoedsgesteldheid van derzelver inwoners zoude hebben, terwijl voor de nijverheid, handel en scheepvaart van dit rijk, al waren dezelve voor het oogenblik van de vrije vaart op de Engelsche bezittingen in de West-Indien en Amerika uitgesloten, altijd nog vele gelegenheden ter uitbreiding, in het bijzonder bij de ontiuiking der Zuid-Amerikaansche staten, zouden overblijven, zoo komt het mij bedenkelijk voor ten dien opzigte nu reeds eenige vaste voorschriften aan den ambassadeur Falck te geven.

Ik vermeen derhalve Uwe Exc. te moeten voorstellen, ten einde aan de eene zijde den schijn van overhaasting te vermijden, aan de andere, alle vertraging voor te komen, om in afwachting

x) No. 113.

a) „Reglement op het beleid vaa regeering, het justitiewezen, den landbouw en de scheepvaart". (Regeerings-Reglement 1813.) Posthumus.

Sluiten