Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Marine en de Koloniën *) onverwijld nader door Uwe Exc. worde geraadpleegd nopens het gewigtige punt van de vrije vaart op de wederzijdsche Nederlandsche en Engelsche koloniën en, zulks overeenkomstig uw voorstel, onder mededeeling van de correspondentie van den ambassadeur Falck en van het schrijven van den voornoemden administrateur2). Het zal echter noodzakelijk zijn, dat de aandacht van den voornoemden minister daarbij tevens bijzonderlijk gevestigd worde op het aanzienlijk bedrag van het drawback, hetwelk volgens informatiën in Engeland toegestaan wordt voor alle goederen, vandaar naar welke koloniën ook verzonden wordende, en hetwelk men meent, dat op de katoenen bv. vier stuivers per yard zoude beloopen.

Daar de Engelsche verzenders hierin, het geval zoo zijnde, eene premie vinden, tegen welke de Nederlandsche handel nimmer zoude kunnen opwerken en die bij eene oogenschijnlijke gelijke behandeling in de bepaling der regten aan de Engelsche kooplieden altijd de voorkeur op de markten zoude verzekeren, is het van groot belang daarop bij de aan te gane handelsovereenkomst bedacht te zijn.

Overigens vereenigt de koning zich met het voorstel van den Staatsraad, Administrateur voor de Nationale Nijverheid, om ook ten aanzien van het punt der vaart op de koloniën het gevoelen in te winnen van de meest daarin betrokkene Kamers van Koophandel en Fabrieken en in het bijzonder van die Van Amsterdam, met vertrouwelijke raadpleging dier kamers tevens over de belangen van dit rijk in betrekking tot den handel met Engeland in het algemeen.

De koning doet daarenboven in bedenking geven om op gelijke wijze deswege in overleg te treden met de Nederlandsche HandelMaatschappij en wenscht, dat Uwe Exc. den voornoemden administrateur tot dat een en ander namens Z. M. uitnoodige.

No. ïï.5. — 1825, Juli 8*). — ONTWERPVERDRAG4). Artikel I.

Britsche schepen, de havens der Nederlanden binnenkomende

J) C. T. Elout. Zie zijn rapport onder no. 129. *) No. 112. *) Zie voorde dagteekening no. ïfï. 4) Opgesteld door het Engelsche Foreign Office, zie no. 116. De toevoegingen in kleiner lettertype zijn kantteekeningen van Falck. — R. A., Waterstaat 2567. — Vermeld: Falck, Gedenkschriften, blz. 602.

Sluiten