Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts één huis fin deze stad), hetgeen de goederen van de Nickerie ontvangt en ten deele hier te lande verkoopt, ten deele weder naar Schotsche en Engelsche havens verzendt, en bij de geringe lust in dit rijk om thans op de aangelegde of nog aan te leggen plantagiën geld te schieten, meen ik te mogen vaststellen, dat de vrije vaart der Engelschen op dat gedeelte onzer bezittingen op gelijken voet als wij op hunne West-Indiën kunnen navigeeren, eerder voor- dan nadeelig zoude worden. Ik acht het vrij zeker, dat wederom voor Engelsch geld aan de Nickerie meerdere plantagiën zouden worden aangelegd, hetgeen mijns inziens niet, dan tot aanmerkelijk voordeel strekken kan. Elke aanleg van dien aard stijft het vermogen van de kolonie, en het vreemd geld draagt bij om de gouvernementskas te vullen, terwijl de meerdere voortbrengsels van katoen, koffie en suiker gewis niet altijd naar de Britsche havens zullen komen, vooral wanneer gedurige toeneming overvloed van producten geeft, als wanneer men ook vanzelf genegen zal zijn de Nederlandsche markt te beproeven.

Wat het andere gedeelte, het eigenlijke Suriname betreft, zie ik niet in, dat de vrije vaart der Engelschen de onze zeer zal kunnen in den weg staan. Ons vervoer derwaarts bepaalt zich tot weinig meer. dan plantagiebehoeften of tot ruwe artikelen van aardappelen, uien, ook wat boter, kaas, genever en dergelijke, met al hetwelk wij op de Engelschen te veel vooruit hebben, dan jlat rij ons daarin zouden kunnen benadeelen of hinderlijk rijn; — en wat de koffie, suiker, katoen en cacao der oude plantagiën betreft, béhoeft men er niet aan te twijfelen, of de hypotheekhouders zullen wel zorgen, dat deze gelijk van ouds naar de Nederlandsche markten komen. Ik voor mij ben genegen te gelooven, dat de vrijere vaart op Suriname meer voor- dan nadeel zal geven; maar genomen dat er eenig nadeel uit ontstond, zoude dan hetzelve zoo groot zijn, dat het door de voordeelen, welke onze vaart op de Engelsche koloniën kan geven, niet kan worden overtroffen? Het komt mij voor, dat de vaart op Demerary, Essequebo en Berbice voor ons van 't uiterste gewigt is. Vele geldschieters op plantagiën hebben daarin groot belang, en mij dunkt te grooter, naarmate de schikking, welke er op die vaart tengevolge van het afstaan dier koloniën bestaat, teneinde spoedt >)• Ik herinner nnji

!) Zie hiervóór, Ut. 189, noot 3-

Sluiten