Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer men ons de gezouten huiden en vellen, onze schors etc. afneemt, bewijst men ons op zekere wijze dienst, maar het is van veel meer belang voor ons, dat wij ons bereid leder, zeem en dergelijke konden kwijtraken. Ik waag in overweging te geven om wederzijds eenige artikels met regten van aanbelang, bij wijze van conventie, bezwaard te laten, ten nutte der industrie in elk der rijken: zoo staan dan steenkolen tegen steenkolen, manufacturen tegen manufacturen, aardewerk tegen aardewerk overmits men ten aanzien van al het andere in Engeland even liberaal worde als bij ons. Eene andere wijs van onderhandelen zie ikniet dat mogelijk is, want ik gevoel zeer levendig, dat men ook in Engeland het vooroordeel zal moeten tegemoet komen, evenzoo als hier te lande....

III. Wanneer ik van gelijkheid der vlaggen spreek, versta ik daardoor de onbepaaldste gelijkheid. Zooals het aan de Britsche schepen ten allen tijde vergund is geweest en nog vergund wordt om van alle plaatsen, de geheele wereld door, hier te lande goederen aarf te brengen, evenzoo zou aan onze vlag dezelfde vrijheid moeten worden toegestaan, in voegen dat de navigatie-acte, met al deszelfs duizenderlei mpdificatiën, te onzen aanzien geheel kwame te vervallen. Ik versta er door gelijkheid van loodsgelden, vuurgelden, tonnengelden, lastgelden. Wellicht is het hier de plaats op te merken, dat te Ostende en op de Schelde de loodsgelden voor alle vreemde schepen 50% hooger geheven worden dan op de Nederlandsche1), en dat men dit bij een algemeen tarief van loodsgelden, 't welk nog in de geboorte is, schijnt te willen volgen. De reden, dat wij hier oudtijds van vreemde schepen geen meerdere loodsgelden dan van nationale vorderden, was gelegen in de milde beginselen, welke men meende te moeten volgen. De Schelde en Ostende onder Fransch beheer gebragt, heeft men aldaar ook in dezen het Fransch systema gevolgd en het loodsgeld voor vreemden 50% hooger gesteld.

Het gemis van den zouthandel uit de Middellandsche Zee is voor onze scheepvaart zeer gevoelig. Dit hebben wij verloren sedert het Engelsche klipzout geadmitteerd wordt»). De heer Rodenhuys te Harlingen») beschouwt de tegenwoordige schik-

*) Zie hiervóór, afd. V. !) Zie hiervóór, afd. II.

") P. Rodenhuis te Harlingen, groot zoutimporteur en boterexporteur. Een schrijven van hem aan Van Hogendorp, van 8 Juni 1816, over den boterhandel van Nederland, is door Colenbrander in zijn Gedenkstukken, VIII, 3, ijy, opgenomen.

Sluiten