Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit punt verdient dus eene ernstige overweging; indien men oordeelt hetzelve te kunnen toestaan, dan zou hetzelve met de opheffing van '/ïo op de regten en de onbepaalde vrijheid, welke de Engelsche schepen hier reeds hebben, mijns inziens voldoende wapenen zijn om voor onze scheepvaart voordeelige bedingen te maken. . i

Er is echter welligt nog een oogpunt, uit hetwelk in Engeland de zaak der gelijkheid van de vlag voor ons gunstig kan beschouwd worden.

Toen voorheen de beperking der vreemde scheepvaart en de versterking van de bepalingen daaromtrent door het Britsche gouvernement noodig gekeurd wierdt, waren het de Nederlandsche schepen, waarvan de Britsche reeders het meeste te vrezen hadden. Men voorzag te dier tijd, dat de Nederlandsche schepen de vaart meester zouden worden. Dat men daarin nietifris gezien heeft, is door de uitkomst geleerd, alzoo de Nederlandsche schepen gedurende drie vierden der vorige eeuw nog de vrachtvaarders van Europa waren.

Door een zamenloop van omstandigheden, thans onnoodig op te noemen, is de uitgestrektheid onzer vaart zeer afgenomen en in vergelijking der Engelschen bijna nietsbeteekenend geworden. Zij weten dit genoeg en kunnen dus gevoelen, dat de gelijkheid der vlag in evenredigheid aan hunne schepen een grooter nut kan doen dan aan de onze.

Het zal echter altijd voor onze schepen van groot belang zijn, wanneer wij uit de Middellandsche Zee, de Levant, de Oostzee en elders op den eigen voet als de Engelschen goederen naar Engeland, Schotland en Ierland konden voeren, en ik zie niet, dat de daartegenover staande even onbelemmerde vaart van de Britsche schepen naar onze gewesten met alle artikelen ten onzen nadeele zal werken.

U.H.E.G. zal uit dit alles nu hgtelijk gevoelen, dat wederzijdsche vrijheid, welke wederkeerig is, waardoor Engelsche schepen in Nederland geheel gelijk staan met de nationale en Nederlandsche schepen in Engeland dezelfde voorregten als Engelsche schepen genieten, de gehjkheid van vlag is, welke ik wenschelijk, maar ook alleen wenschelijk achte, en die, bedrieg ik mij met, ook billijk en regtvaardig is en waardoor dan ook tévens allé stilzwijgende voorbehoudingen, alle beroep op vroegere ver-

Sluiten