Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouderde wetten geheel verhinderd moeten worden, terwijl men alleen de denkbeelden van ware hberaliteit, welke met den geest des tijds overeenkomen, volgen moet.

Indien wij aan dergelijke eii zoo nadeelige bepalingen voor den Nederlandschen handelaar, als in het tot nu toe aangevoerde blijkbaar zijn, moesten onderworpen büjven, dan bestaat er mijnes inziens geenen genoegzamen grond om aan de Britsche schepen meerdere voordeden toe te staan, met andere woorden: indien men in Engeland eene gelijkheid van vlag zoude willen, welke uit hoofde van vroegere bepalingen in vele opzigten beperkt zoude moeten blijven, dan zie ik niet in, waarom onze regering zich niét billijk zoude mogen gedrongen voelen om evengdijke . of daarmede geUjtataande bepalingen aan de Britsche schepen op te leggen.

Ik moet hier ook nog bijvoegen, dat men niet altijd in Engeland met vreemde schepen hoogere regten dan met Engelsche op zekere uitgaande en inkomende goederen heeft doen betalen, maar dat men eerst in de laatste jaren sedert 1814 dit van lieverlede heeft ingevoerd.

Het is wel zoo, dat men deze nadere beperkingen op de scheepvaart van toepassing gemaakt heeft op alle natiën zonder onderschdd en daardoor den schijn heeft aangenomen, alsof het ten minste niet bijzonder op ons gemunt ware, maar als men opmerkt hoe boter, kaas, gezoute huiden, vlas en andere voortbrengselen van onzen grond daaronder begrepen zijn, dan wordt het duidelijk, dat men wel degelijk bepaaldelijk op ons gedoeld

heeft. ;

Indien men nu in Engeland door de gelijkheid van de vlag alleen zoude willen verstaan het opheffen van die vermeerderde bezwaren en daartegen nog onbepaalder vrijheid voor de Engdsche schepen bij ons bedingen, dan waren wij dus mijns inziens nog zeer weinig gevorderd en ik zoude twijfden, of het in dat geval wdzaak ware om over de gelijkheid der vlag te handelen.

lTc ga thans over tot de behandeling van het tweede punt (het 3« in de missive van U.H.E.G., n.1. de ontlasting over en weder van eenige voortbrengselen van nijverheid, landbouw enz.

Ik heb in den aanvang dezes reeds aangemerkt, dat hoeved er ook bij het vernieuwde Engelsche tarief moge gedaan zijn, zulks van weinig invloed kan zijn op onzen handd.

Sluiten