Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dit en dergelijke zijn dan ook punten, op welke zich te verstaan een der ingrediënten van het commercie-tractaat zoude moeten worden.

Thans meen ik tot het laatste punt te kunnen overgaan, de oorbaarheid n.1. van de openstelling der wederzijdsche bezittingen in America en de West-Indiën, bijzonder Suriname.

Ik moet beginnen met aan te merken, dat ik met bijzonder genoegen gezien heb, dat U.H.E.G. hier niet van de koloniën of bezittingen in het algemeen spreekt, maar alleen van America en de West-Indiën en dus dat de Oost-Indiën ten deze in geene aanmerking schijnen te komen, maar even daarom zal ik hierna nog met een woord daarover spreken.

In America of de West-Indiën hebben wij mijns inziens geene andere bezitting, die in aanmerking kan komen dan Suriname, want de eilanden verhezen hun belang in deze, wanneer er direct op de vaste kust van America kan gehandeld worden en men niet meer zooals tevoren aldaar ter sluik moet invoeren. Dan Suriname zeide ik, waar vele gronden uitgeput zijn, doch welker mindere opbrengst begint te worden opgewogen door de voortbrengsels van de nieuw aangelegde plantagiën aan de Nickery, welke echter het meest door Engelsch geld gesticht zijn.en het is te verwachten, dat vele der daar geteelde producten regtstreeks naar de Engelsche markten inplaats van naar de onze zouden worden vervoerd, doch er is, zooveel ik weet, hier te lande slechts één huis en wel bepaald in deze stad, hetgeen de goederen van de Nickery ontvangt en ten deele hier te lande verkoopt, maar ook ten deele Weder naar Schotsche en Engelsche havens verzendt, en bij de geringe lust in dit rijk om thans op de aangelegde of nog aan te leggen plantagiën geld te schieten, meen ik te mogen vaststellen, dat de vrije vaart der Engelschen op dat gedeelte onzer bezittingen, op gelijken voet als wij op hunne West-Indiën kunnen navigeren, eerder voordeelig dan nadeehg zoude kunnen worden. Ik acht het vrij zeker, dat wederom voor Engelsch geld aan de Nickery meerdere plantagiën zouden worden aangelegd, hetgeen mijns inziens niet dan tot aanmerkelijk voordeel strekken kan; eiken aanleg van dien aard stijft het vermogen van de kolonie en het vreemd geld draagt bij om de gouverriementskas te stijven, terwijl de meerdere voortbrengsels van katoen, koffy en suiker gewis niet altijd naar de Britsche havens zullen komen, vooral, wanneer ge-

Sluiten