Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft. Er bestaat derhalve bg mij geen den minsten twijfel, öf een goed getal Engelsche schepen zullen derzelver ladingen, in die koloniën ingenomen, hier te lande ter markt brengen; verscheiden der Engelsche geldschieters zullen hiertoe genoopt wórden door de voorschotten, welke zij dadelijk op derzelver producten bekomen, maar ook omdat dezelve voor een groot gedeelte op het vasteland moeten gesleten worden en hier te lande met oneindig minder kosten kunnen worden opgelegd.

Ik behoef dit een en ander slechts aan te stippen om te doen gevoelen, dat ik eene schikking op de West-Indische vaart eerder een voordeel dan een nadeel houde. Het spreekt intusschen van-1 zelve, dat men in deze ter goeder trouw behoort te handelen, en dat de grondslag van zoodanige schikkingen mijns inziens daarin behoort te bestaan, dat wij in de Engelsche koloniën aan geène grootere bezwaren op in- en uitvoer worden onderworpen dan de Britsche schepen in de onze en dat de schijnbaar vrijgevige schikkingen, ten dezen bij de Britsche regering te maken, geenszins vergezeld gaan van mentale reservatièn of arrière-pensées, waardoor zoodanige schikkingen ohuitvoerUjk worden. Hetgeen ik hierboven wegens de behendige hmdernis op den doorvoer van jenever in flesschen heb aangehaald, schijnt mij toe deze aanmerking hier te Wettigen.

In de schikkingen omtrent de West-Indische bezittingen zie ik dus geene of althans weinig zwarigheid, maar geheel anders is het met die in Oost-Indiën gelegen en hoezeer de missive van U.H. E.G. van dezelve geen gewag maakt, zoo meen ik evenwel dit punt niet mét stilzwijgen të moeten voorbijgaan, omdat ik zoo geheel doordrongen ben van de overtuiging, dat wij daaromtrent volstrekt in geene schikkingen moeten kómen.

Er zijn welligt consideratien van éen meer staatkundigen dan commerciëlen aard, door welke men in de beschouwing dezer zaak ook zoude kunnen geleid worden en welke het niet wenschelijk zoude maken, dat de Engelsche handel in onze Oost-Indische bezittingen veld won; men Zoude overhellen om derzelver ge* grondheid niet in twijfel te trekken door de maatregelen, bij den Gouverneur-Generaal genomen.

Maar behalven dat alles, zoo komt het mij voor, dat de Britsche regering ons voor een vrije vaart op de Oost geen billijk equivalent kan aanbieden; de beperkingen, welke van hunne zijde altoos

Posthumus

Sluiten