Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker ontzag inboezemen, dat niet anders dan voordeelig werken kan.

No. 120. — 1825, Juli 19. — FALCK AAN DE C0NINCK 1).

Voorleden Vrijdagavond *) is de courier Ragut aangekomen met de depêche Uwer Exc. van den nen dezer3), houdende en begeleidende verschillende instructiën4) over de mij toebetrouwde commercieele onderhandeling. Dezelver aandachtige lezing, gepaard met de overweging van hetgeene Z. M. mij vroeger6) heeft doen voorschrijven, heeft mij bevestigd in de meening, dat H. D. aan die onderhandeling den ruimsten omvang wilde hebben gegeven en liefst zien zoude, dat de ontlasting op den invoer van de wederzijdsche voortbrengselen ter zelfder tijd bepaald werd als de gelijkstelling der vlaggen ten aanzien van scheepsongelden enz. Ik heb steeds in dien zin tot de Engelsche ministers gesproken, zooals Uwe Exc. o.a. uit mijn eerbiedig rapport van den Hen dezer') zal zijn gebleken. Over het billijke van deze onze sustenue zal ik hem nu eerstdaags een schriftelijk vertoog doen toekomen, waarbij ik mij echter vooreerst tot generalia denk te bepalen, uit vreeze dat de vermelding van zulke artikelen als de genever een groot voorwerp hunner accijnzen, en de thee, het monopolie der Oost-Indische Maatschappij, hen nog meer dan nu reeds het geval is, tegen de-zwarigheden op zou doen zien en aan de mogelijkheid van een eigenlijk commercie-tractaat wanhopen. Trouwens.het meerdere of mindere wat eventueel voor de Nederlanden zoude kunnen worden bedongen, ligt nog tamelijk ver buiten den kring mijner tegenwoordige zorg. Hetgeen mij bekommert, en deze bekommering wil ik U liefst bij deze geheel veilige gelegenheid mededeelen, is dat hier, voordat de onderhandeling nog regt aan den gang zij, de eene of andere maatregel worde genomen, door welken het status quo der navigatie tusschen de beide landen verloren gaat; de heer Huskisson heeft mij meer dan eens zijne betrekkingen te Liverpool, de stad, die hij in het parlement vertegenwoordigt, herinnerd en hoe hij uit hoofde van deze betrekkingen mulder dan iemand dulden kon, dat de uitvoer van zout naar Nederland ge-

*) Uit Londen, no. 78. — R. A, Buitenlandsche Zaken, exh. «3 Juli 1825, no. 18. *) 15 Juli 1823. 9) R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 11 Juli 1823, no. 37. ♦) No. 113. *) No. 74. 8) No. 116.

Sluiten