Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komstig U. Exc's verlangen door mij aan den minister van Marine en Koloniën medegedeeld, en derzelver inhotid hééft bereids tot eene voorloopige conferentie aanleiding gegeven.

Het onderwerp der conferentie is v.n. geweest de depêche uit Londen van den igen dezer no. 78 *Jj in verband met de door Uwe Exc. aan welgemelden nunister medegedeelde depêches van den ambassadeur Falck van 8 en 11 dezer »), wrnrits het, naaraanjei-, ding Van den door dien ambassadeur geschetsten staat van zaken, van belang scheen om hem met opzigt tot de daarbij behandelde* twee punten ten spoedigsten eenig voorloopig antwoord te doen toekomen. Deze punten zijn de door het Engelsche ministerie ingebragte klagten tegen de verhooging der loodsgelden te Ostende voor vreemde schepens), en de wenschelijkheid, dat de ambassadeur eerlang in het geval moge zijn van aan te kondigen, dat de voorgestelde termen omtrent de vaart op de West-Indische koloniën over het algemeen bijval hebben gevonden. Zonder derhalve de zaak voor het oogenblik van den grond af öp te halen of in bepaalde bijzonderheden te treden, is het den heer minister van Marine en Koloniën evenals mij toegeschenen, dat de ongelijkheid der loodsgelden in de zuidelijke en noordelijke havens van Nederland een punt is, ten aanzien waarvan aan de klagten van het Engelsche rninisterie zoude kunnen worden tegemoet gekomen en dat de ambassadeur Falck alzoo zoude kunnen worden gemagtigd om te verzekeren, dat Z. M. de Kwung genegen is deze ongelijkheid te doen ophouden, onder reserve verder van eene nadere verklaring nopens de voorstellen, van de Engelsche zijde gedaan, om tot eene gewenschte reciprociteit of ook tot eene gelijkstelling der loodsgelden in het algemeen, naar gelang van eenen aan te nemen grondslag, te komen. Na bekomen antwoord uit Londen en naarmate hetzelve van den gunstigen indruk getuigt, welken dergeKj^ ke verzekering in het algemeen en omtrent de verdere punten der onderhandeling zal kunnen gemaakt hebben, zoude Z. M. vervolgens de noodige orders kunnen geven, ten effecte dat tot opH. D. 's nadere bevelen te Ostende en in de verdere zuidelijke havens van het rijk gelijk ook op de Schelde in het algemeen de loodsgelden, voor zoover de Engelsche schepen betreft, zonder de verhooging van het thans bestaande vierde geheven zullen worden.

') No. xso. ») No. 116. ») Zie hiervoor afd. V.

Sluiten