Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het is dus hoogst belangrijk na te gaan of de punten, die oppervlakkig als voordeelig, mogelijk in de gevolgen geene juist tegenovergestelde uitwerking zouden kunnen hebben.

Wat nu aangaat het eerste punt, dat in aanmerking schijnt te kunnen komen, te weten: de geĆ¼jkstelling der wederzijdsche vlaggen voor zooverre betreft de tonnen-, loods-, baak-, vuur-, havengelden en andere scheepsongelden meer, welke in de respective havens der beide rijken geheven worden, hiertegen vinde geene zwarigheid. Daar alle die ongelden in Engeland voor vreemden zeer duur rijn, kan zulks niet anders dan voordeelig voor onzen handel geconsidereerd worden.

Betreffende het tweede punt van overleg: de gelijkstelling der wederzijdsche vlaggen met opzigt tot de regten van in- en uitvoer op de goederen, in de wederzijdsche havens in Europa uit eigen of andere Europische havens aangebragt wordende, hierin komt het mij voor mede geene zwarigheid te rijn voor zooverre betreft goederen, welke niet gefabriceerd zijn, dus alle koloniale goederen, benevens alle grondstoffen, bv. de kolenirit Engeland en de granen uit ons land zoowel als die door de Nederlanders transito worden doorgevoerd; doch het zal hier te pas komen, of daarvan niet moet uitgezonderd worden het artikel van thee, want als Engeland met ons gelijk thee mag aanvoeren, dan is het ons verre voor. De Amerikanen zijn nog niet afgeschrikt met veel zwaarder inkomende regten te betalen, maar voeren nog aan tot prijzen* welke niet anders als verlies kunnen aanbrengen. Ook zal Engeland mogelijk wel de inkomende regten op dat artikel met ons gelijk stellen, maar dan blijft daar nog het importante duty of consumptie-regt en zulks zoude mogelijk op vreemde thee nog meer drukken als op eigen aanvoer, echter altijd onder veronderstelling wij mede thee in Engeland zullen kunnen aanvoeren.

Ten derfden komt ter overweging: de ontlasting over en weder van eenige voortbrengselen van nijverheid, landbouw, waarbij het zal aankomen op de aanwijzing van die artikelen, ten behoeve van welke voor Nederland begunstigingen wenschelijk mogten zijn en voorts van die, waarop ten gunste van Engeland kan worden toegegeven. Dit komt mij voor zeer moeyelijk te zijn om de artikelen aan te wijzen, welke voor Nederland begunstigingen wenschelijk mogten maken; voor den landbouw zou de vrije uitvoer van granen en het binnenkomen derzelve in Engeland op ma-

Sluiten