Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een liberaal sistema, waarbij men als een algemeen beginsel aannam, dat men over en weder de manufactuur goederen tot zeer matige regten zoude admitteeren.

De Engelschen schijnen van hunne zijde daartoe meer en meer over te hellen. En zoude het niet inderdaad het geschikste middel zijn om den naijver op te wekken, terwijl alsdan het vertier enkel van den trap van volkomenheid van het gefabriceerde zelve en van den prijs, waarvoor het verkrijgbaar is, afhangt?

Maar het waar dan ook te wenschen, dat zoodanig handelstractaat bevorderlijk konde worde gemaakt aan het vertier in Engeland van de voortbrengselen van onzen grond, waarvan sommige, als boter, kaas, genever, huiden zwaar belast, andere, als de graanen, verboden zijn. Ik behoef het UH. E. G. gewis niet te doen opmerken, van hoeveel belang de vrije invoer der laatsten tegen betaling van een matig regt voor onzen handel en landbouw zoude zijn. Geene belastingen, alhier op den invoer van vreemde graanen gelegd, kunnen immer dat voordeel aanbrengen, 't welk met die openstelling zoude verkregen worden, en ik beschouw dit punt als een der gewichtigste voor ons land, dat bij een handelstractaat met Engeland in overweging kan genomen worden. Ook daaromtrent schijnt men aldaar tot een ander sistema over te hellen en welligt zoude het ogenblik niet ongunstig zijn om bij eene zoodanige toenadering der beide landen, waarbij men onderstellen moet, dat de bevordering der wederzijdsche belangens de hoofdbedoeling is, dit belangrijk stuk bijzonder ter harte te nemen.

En wat nu eindelijk de oorbaarheid betreft van de openstelling der wederzijdsche bezittingen in America en de West-Indiƫn, bijzonder van Surinamen, zo zij het mij vergunt deze gewigtige vraag uit een minder algemeen oogpunt te beschouwen, en terwijl de beantwoording van dezelve meer onmiddelijk met den handel van Amsterdam in verband staat, ook dezelve voornamelijk aan de belangens van dien handel te toetsen.

Het is mij voorgekomen, dat het bij de beschouwing van dit onderwerp niet alleen van belang was om te overwegen, in hoever de gevraagde verlenging wegens de vaart op Demerary en Berbice zoude kunnen bevordert worden door de bedoelde openstelling, maar dat wij ook vooral de zaak in verband moesten beschouwen met de bill, onlangs bij het Engelsche parlement aangenomen en gesanctioneerd den 2jen Juny dezes jaars onder den naam van

Sluiten