Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Act for further regukting the trade of H. M.'s possessions in America and the West-Indies".

Deze bill, gelijk UH. E. G. bekent zal zijn, bepaalt, dat üvalle de havens der Engelsche West-Indische bezittingen, welke bij eene akte van den jaare 1822 als vrije havens zijn erkend, alle goederen, met eenige weinige uitzonderingen, zullen mogen worden ingevoerd hetzij met Engelsche schepen, hetzij met schepen behorende aan het land, waaruit de ingevoerde goederen afkomstig zijn (art. 2), en tevens om in die schepen retourladingen in te nemen (art. 6), terwijl het Engelsche gouvernement zig heeft voorbehouden om bij een order in council deze gdijkstelling van vreemde schepen in te trekken ten opzigte van zodanige landen welke, bezittingen in de West-Indiën hebbende, aan Engelsche schepen gelijke voorregten weigeren (art. 7). De vraag schijnt dan deze te zijn: vordert het algemeen belang der beurs van Amsterdam, dat de vaart op de Nederlandsche West-Indische koloniën voor de Engelsche gesloten blijve of open gesteld worde, wanneer met die openstelling of sluiting eene wederkerig gelijke behandeling der Nederlanders in de Engelsche koloniën in verband staat of althans te verwagten is. En dit is dan gewis eene vraag van het alleruiterste gewigt, daar met de beslissing derzelve het luttel overschot van al de oude Amsterdamsche welvaart in de waagschaal wordt gesteld.

Wanneer men nagaat de zo bloeiende staat der nijverheid en fabryken in Engeland, de uitgestrektheid van deszelfs scheepvaart, de onmetelijke capitalen, die aldaar tot den handel in het algemeen en bijzonder tot het openen van nieuwe bronnen voor speculatiën worden besteed, de geest van onderneming, die op dit oogenblik de geheele Britsche natie schijnt te bezielen, wanneer men daarbij bedenkt, dat sedert de tijdelijke bezitting der kolonie Suriname door de Engelschen aldaar onderscheidene betrekkingen zijn aangeknoopt.dewelke thans nog worden onderhouden, dat onderscheidene plantages door Engelschen rijn aangekogt, dat uit het nabuurig Demerary, Essequebo en Berbice de Engelschen steeds met de kolonie in verband zijn, dat èn door het bestuur dier voormalige Hollandsche koloniën èn door dat, hetwelk door hun in Suriname zelve gevoerd is, de Engelsche zo goed, beter welligt dan de Nederlanders zelve, alle de voor- en nadelen, alle de gewoonten, behoeften, de wijze van behandeling der kolonisten

Sluiten