Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der ook van eene kolonie wenschelijk; daardoor wordt de afvoer van de voortbrengselen des lands gemakkelijker en is betere gelegenheid om goedkoop in de behoeften te voorzien en komt een meer algemeen leven en bedrijvigheid, — de belastingen brengen meer op, de inkomsten zijn niimer, er is een grooten omloop van geld. Zulk een vrij vertier zou welligt do agio, die nu zoo zeer op Suriname en deszelfs ingezetenen drukt, dadelijk verminderen en spoedig geheel doen ophouden, en mag men zelfs niet uit de gemaakte uitzondering voor de Noord-Amerikanen afleiden, dat een monopolie in den uitgestreksten zin voor de kolonie niet verkieslijk is. Is het ook wel geheel ongegrond te denken, dat de Amerikanen zich niet enkel bij het gewettigde bepalen?

Het bestuur van de kolonie, des konings dienst, wanneer men voor een oogenblik dien dienst uit een meer beperkt oogpunt beschouwen mag, schijnen even weinig zulk eene uitsluiting te behoeven.

Het gouvernement bebouwt daar geen eigen gronden noch drijft eenigen handel, waardoor een monopolie wenschelijk of noodzakelijk zijn zou; des lands kas schijnt daarenboven bij een vrij vertier onder anderen ook de voordeden te zullen genieten, welke hiervoor reeds zijn aangestipt. Het belang der grondeigenaren en planters zou welligt onderscheidend kunnen zijn, voor zooverre zij n.1. of in de kolonie zelve gevestigd zijn dan wel in Nederland tehuis horen; de eersten zouden alle de voordeden genieten, van welke straks gesprokenis; wat de laatsten aangaat, zoo schijnt de zaak in den eersten opslag niet zoo verkieselijk; zij toch kunnen gerekend worden bij eenen uitsluitenden Nederlandschen handel en vaart grootere zekerheid te hebben voor de goede verzorging van de behoeften hunner plantagiën en voor de rigtige beschikking over deze vrachten. Hetzelfde kan gezegd worden van de dusgenaamde fondshuizen; dezer belang intusschen zou welligt door maatregelen van politieke administratie kunnen gewaarborgd worden, en de hier gevestigde grondeigenaars zouden bij eene diepere inzage mogdijk overtuigd worden, dat hun belang, in het groot gezien, daar niet ligt; dat vrij vertier ook hun veel voordeden zou aanbrengen, welke zij nu missen.

Wanneer men de redeneringen van den president van de

Sluiten