Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdamsche Kamer van Koophandell) overweegt, welke het uitsluitend stelsel voor den Amsterdamschen handel en bloey nuttig en noodzakelijk acht, dan schijnt het bovenstaande eene meerdere waarde te verkrijgen; hij toch meent, dat de eigenaars der plantagiën hier te lande bij eenen vrijen handel en vaart met veel minder moeite en tot veel betere prijzen een gedeelte hunner behoeften elders zouden kirnnen verkrijgen, en dat ook elders steeds eene gereede, zooal niet gereeder markt voor hunne producten openstaat.

Er blijft dan alleeen nog over het belang van den nationalen handel en vaart, hetwelk het uitsluitend stelsel zou aanraden, en indedaad, het is op zichzelven niet te ontkennen, dat deze eene meerdere vastigheid verkrijgt door de zekerheid, dat alle waren en behoeften van en naar Suriname naar en uit Nederland met Nederlandsche schepen ten koop en verkoop worden gebragt.

Amsterdam heeft daarbij een bijzonder belang, gelijk door dèn president der Kamer van Koophandel aldaar met kracht wordt aangedrongen; — dat ook elders aan dit uitsluitend stelsel groot gewigt gehecht wordt, is nog onlangs gebleken, en het schijnt niet ongepast zulks hier te melden.

Wanneer men dus eenvoudig en op richzelve de vraag voorstelt: moet het uitsluitend stelsel behouden worden of plaats maken voor vrijen handel en vaart, dan is het vrij natuurlijk, dat de Nederlandsche handelaren en reders het eerste verkiezen, vooral ook omdat de Surinaamsche handel en vaart meestal in bepaalde handen is.

Maar. in de gegeven omstandigheden moet de overweging niet daarbij blijven.

Nu wordt het verlaten van dat stelsel uitsluitend in verband gebragt met het openen van nieuwe uitwegen voor vrijen handel en vaart in vreemde bezittingen, welke daartegen voor anderen opengesteld, voor ons zouden worden gesloten, wanneer wij niet wederkerig vreemden bij ons toelaten. Nu is er eene andere vraag te beantwoorden: waar ligt het grootste voordeel voor het algemeen belang ? en dan aarzelen de ondergeteekenden niet om eene ongedwongen vrijheid, die wederkeerig gelijk werkt, aan te prijzen; dan komt het alleen op veerkracht, op een wedstrijd om

*) No. 127.

Sluiten