Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijver aan, die heilzaam schijnt, vooral ook wanneer men de vele gelegenheden, die voor de Nederlandsche vaart zouden ontspruiten, vergelijkt met die ééne, welke voor de Britsche wordt opengezet, en hoezeer die handelshuizen, welke nu bijzonderlijk in de Surinaamsche vaart rijn, daarin hun belang niet meenen mogen te vinden, hoezeer de president van de Kamer van Koophandel daarin een overgroot nadeel voor de Amsterdamsche Beurs meent te zien, komt het, onder verbetering, voor, dat deze bedenkingen op zichzelven niet zouden mogen terughouden, eensdeels omdat niet het belang van enkele, hoe gewigtig ook in de schaal en hoe geregtigd tot bijzondere bescherming, maar het belang van alle gezamenlijk genomen moet gelden, anderdeels omdat diezelfde handelshuizen, welke nu den Surinaamschen handel in handen hebben en dus ook <iat gedeelte van de Amsterdamsche beurs, zoowel als anderen, mids zich naar den gang der zaken schikkend, daardoor geene schade zouden te lijden hebben, maar veeleer zelve voordeel trekken.

En nu dient bijzonderlijk nagegaan te worden, of zulk eene ongedwongen en wederkerige vrijheid van handelsbetrekkingen zal worden aangenomen; de voorzigtigheid gebiedt toch aan theoriëh niet toe te geven dan bij de zekerheid van dezelverpraktikale toepassing. De eerst ondergeteekende heeft in zijne laatste voorgaande betrekking *) bij eene soortgelijke behandeling een gevoelen geuit, hetwelk nog geldig schijnt, dat n.1. niets gemakkelijker is dan eene handelsverbintenis aan te gaan, wanneer men ter goeder trouwe van beide zijden zich tot mildheid bereid toont, ja, dat dan zulk een verbintenis welligt overbodig is, maar dat daarentegen niets moeyelijker is, wanneer men bij elke toepassing van milde beginselen dan om deze, dan om gene bijzondere redenen en belangen middelen van voorzorg neemt, omniet hier en daar aanstoot te geven. Oordeelkundig is de aanmerking van den heer Falck, als hij zegt, dat de brave heden den heer Huskisson luide toejuichen over het geheel van zijn mild systhema, doch dat elk op zijne wijze eene uitzondering begeert voor eenig gedeelte. Die brave lieden schijnen het dan ook zooverre gebragt te hebben, dat het Britsch ministerie de noodzakelijkheid ingezien heeft (gelijk de ambassadeur berigt), om op het pad der liberaliteit niet dan

1) Elout was vóór dieu minister van Financien.

Sluiten