Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaam doel trachte te bereiken om den nationalen scheepsbouw aan te moedigen. Op dit oogenblik is de zucht tot bouwen groot, en men schijnt dus niet zoozeer te behoeven aan te dringen op eene bepaling, waarvan anders het voorstel op zichzelve in de tot nu bestaan hebbende omstandigheden zeer gepast was.

Het je artikel handelt over de bevoegdheid van het voeren uit de koloniën der daar geteeld wordende voortbrengselen naar de Europeesche havens van derzelver eigenaars.

Het iste gedeelte zegt aan de Britsche schepen die bevoegdheid toe uit Nederlandsche koloniën naar Nederland, tegen betaling van gelijke regten als de Nederlandsche schepen.

Teregt merkt de heer Falck aan, dat deze bepaling eene verandering zou noodig maken in het tarief op het artikel der suikers. De ruwe, vorm- en kleisuiker betaalt toch de regten naar gelang het schip Nederlandsen of vreemd is. Dit dus zou dienen overwogen te worden, maar meer bijzonder verdient eené opzettelijke en zeer naauwkeurige overweging, of het middel, tot voorkoming van het nadeel daardoor te lijden, zou moeten gevonden in eene hoogere belasting van suikers uit vreemde koloniën. Zulks zou wel niet tegen het hier ontworpen artikel strijden, dit toch spreekt alleen van Nederlandsche koloniale producten, door Britsche schepen in Nederland aangebragt. Maar zou het voor den handel en zou het voor de suikerrafinaderijen hier te lande wenschelijk zijn, dat op vreemde suiker hoogere belasting gelegd wierd en zou dan al verder bier het geval niet bestaan, dat men met de eene hand zou geven, om het met de andere terug te nemen? Zou Engeland niet weder van zijne zijde eene of andere voor ons belêmmerende verandering kunnen maken? Hoe zal gehandeld worden met de vreemde suiker uit Fransche of Spaansche koloniën bv.? Men kan toch niet wel alleenlijk van Engelsche suiker spreken; dit zou strijden tegen het ontworpen art. 7 en evenzeer tegen de vriendschappelijke en milde geneigdheid, die tot het sluiten van een handelstractaat aanleiding geven moet.

Alvorens hiertoe te besluiten, moet het belang van den handel met naauwgezetheid worden nagegaan. 1

Het 2de gedeelte van art. 7 geeft aan de Nederlandsche schepen het regt om uit Nederlandsche koloniën met daar geteeld wordende waren naar Engeland tegen gelijke regten als Engelsche schepen te varen en hierin zoude dan naar de gemaakte aanmerking

Sluiten