Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor Cohen Campbel de bevoegdheid vloeven om voor hun katoen de Engelsche markten te bezoeken, zoo dikwijls zij zulks voordeeliger oordeelen. Dit mag van de andere in woneren in het district Nickerie almede worden gezegd. IntUsschen mag men de aanmerking niet verbergen dat, daar de meeste, zoo niet alle inwoonders van Nickerie Britten rijn, meer Engelsche dan Nederlandsche schepen waarschijnlijk daartoe zullen gebruikt worden, en zoo deze vrees of geheel ongegrond of als niet afdoende mogt beschouwd worden, dan zou toch het doel kunnen worden gemist, wanneer eens de Britsche regering op vreemde katoenen een hooger regt bepaalde, ingeval Nederland vreemde suiker hooger belastte.

Ja, om nog eenmaal op het 5de artikel terug te komen, Nederlandsche schepen met Nederlandsche producten in eene Britsche bezitting komende, zullen geen hooger regten betalen dan Britschè schepen, met Nederlandsche goederen daar komende. Maar wordt daardoor nu wel aan de Britsche regering benomen de bevoegdheid om de vreemde manufacturen bv., op welker schepen ook, hetzij vreemde of eigen aangebragt, zwaarder te belasten dan Britsche manufacturen? Het is zoo, aan Nederland zou zulks dan even vrij blijven, maar aan welke rijde zoude het voordeel zijn?

Inderdaad, wanneer men reeds bij het ontwerpen van een handelstractaat zich meent te moeten waarborgen tegen de min verkiesselijke gevolgen, welke de aangenomen beginselen van mildheid in een of ander geval zuilen kunnen doen ontstaan, dan wordt het wenschelijke en doelmatige van zulk een verdrag hoogst twijffelachtig, en het is althans te voorzien, dat er weinig noodig is om de goede gezondheid van het. oogenblik door min gunstige vervangen te zien. Wat hiervan zij, men dient althans bij de onderhandelingen zelve óf alle de gevallen voor oogen te hebben èn te beslissen, óf, door eenen algemeenen milden en wel gezinden geest gedreven, ruime beginselen daarstellen, in welker toepassing men niet reeds a priori op uitzondering bedacht is.

De slotsom van het in dezen geredeneerde is, dat eene wederkeerige vrije Vaart en handel op de wederzijdsche bezittingen in Afrika, Amerika en West-Indiën voordeelen ook aan Nederland zou toebrengen, zoodat eene schikking wenschelijk is, waardoor die voordeelen verzekerd worden, maar dat zulk eene schikking rond en gaaf moet zijn. Een verdrag te sluiten, wanneer men zich

Sluiten