Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toejuichingen van het Lagerhuis had men zooveel tegenstand van de zijde der belanghebbende klassen niet vermoed, en vanhier dat men mij aanvankelijk hoop gegeven had, dat behalve de algemeene vermindering nog speciale ontlasting te bedingen zoude zijn voor deze of gene bevriende natie. Mij is overigens op mijn ernstig verzoek een schriftelijk antwoord toegezegd, dat ons van de tegenwoordige wijze van zien van het Britsche ministerie een bepaald en juist begrip geve. Ik ben het van dag tot dag verwachtende en heb gedacht, dat inmiddels dit praeliminair verslag der naaste aanleiding tot hetzelve zijne nuttigheid konde hebben.

Eene zaak is er, die deze conferentie met de Engelsche ministers voor mij veraangenaamd heeft, en dat is de telkens uitgedrukte meening, dat Nederland meer dan eenig ander rijk in welvaart en innerlijke krachten toeneemt en dat zulks aan de wijsheid van 's konings regering toe te schrijven is. Het getuigenis van zoovele Engelschen, die ons land dezen zomer bezocht hebben, is hieromtrent genoegzaam eenstemmig. De berigten van den hertog van Wellington hebben het bevestigd, maar niemand is meer uitbundig en tevens echter beredeneerd in zijnen lot dan de eerste minister, lord Liverpool, die zich van alles, wat hij gezien en waargenomen heeft, bij uitstek voldaan verklaart. Een achterdochtig mensch zoude kunnen gelooven, dat het hun zoo al wel voorkomt en dat Engeland huns oordeels ons vooreerst niet verder in de hand behoeft te werken, maar nationale jalouzy valt niet in zoo verlichte mannen en men weet in onze tijden, dat eene nijvere en handeldrijvende natie zich over niets zoozeer te verheugen heeft, als over de welvaart en rijkdom van hare naburen.

No. 131. — 1825, October 10. — canning aan falck1).

The undersigned, having had the advantage of personal Communications with M. Falck since the receipt of H. E.'s official note of the 28th of July last2), and particularly in their last interviews, at which was present Mr. Huskisson, President of the Board of Trade, and jointly with the undersigned, for treating with M. Falck, has üttle new to state in a written answer to the said official note of H. E. But from respect to H. E. and for the pur-

1) Gedrukt: Colenbrander, Gedenkstukken, viii, i, no. 301. — Ook r. a., Waterstaat 3567. — Vermeld: Falck, Gedenkschriften, blz. 604.

2) No. 131,

Sluiten