Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 134. — 1825, November 7. — stratenus

AAN de coninck1).

Uwe Exc. heeft2) onder mededeeling eener depêche van

Z. M.'s ambassadeur aan het Hof van Londen van den nen tevoren8) en van de daarbij overgelegde nota van den heer Canning *), ten gevolge van Z. M.'s verlangen mijne gedachten gevraagd over den inhoud dier stukken.

Het verslag wegens den afloop der onderhandelingen (want de nota van den heer Canning laat geen twijfel over, of de vooruitzigten op het sluiten van een handelsverdrag zijn verdwenen), bevestigt, dat in de vorige depêche van den heer Falck was voorzegd geworden, en bewijst dat, zoo het aan de Engelsche gevolmagtigden indedaad ernst geweest is om over vermindering van regten met dit rijk in schikkingen te komen, hunne milde denkwijze geen genoegzamen algemeenen bijval heeft gevonden, maar dat zij in tegendeel, voor een hevige tegenkanting beducht, hun voornemen hebben moeten opgeven.

Teregt wordt naar mijn inzien intusschen door den heer Falck opgemerkt, dat de teleujretelling over het niet slagen, nadat men reden gehad heeft om eenen beteren uitslag te mogen verwachten, getemperd wordt door de verzekering, welke nu door de Engelsche commissarissen 6) gegeven is, dat wij bij een afzonderlijk tractaat niet meer zouden hebben kunnen bedingen dan nu in het algemeen bij de jongste parlementsacten in het tarief der regten is bepaald geworden, en die veranderingen zijn, op eenige weinige uitzonderingen na, voor de betrekkingen tusschen Nederland en het Vereenigd Koninkrijk van geen noemenswaardig belang.

Dat de heer Canning dit anders begrijpt, blijkt uit zijne nota *), alwaar hij zegt, dat de parlementsacten der laatste sessie in het algemeen een lagere schaal bepaald hebben voor de Britsche regten op de manufacturen en kunstvlijt van andere landen, zoodat overeenkomstig met de beginselen, opgegeven in de nota van den 2e» Augustus 1824'), deze regten eeniglijk beschermende

1) r. A., Waterstaat 2567. Ook Buitenlandsche Zaken, exh. 22 November 1825, no. 5 g.

2) Bij missive van 20 October 1823, no. 1/2 Geheim. (r. a., Buitenlandsche Zaken.) *) No. 132. *) No. 131. *) Canning en Huskisson. ') No. 92.

Sluiten