Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche vlag eenige bijzóndere bescherming geniet en welke voor onze scheepvaart van een zoo groot belang zijn, als zout en suiker, dan heeft het geen betoog noch geene berekening noodig, bij wie der contracterende partijen het voordeel blijven zal. Onze vaart op Engeland moge toenemen, onze industrie vorderingen maken, gelijk de heer Huskisson niet ten onregte opmerkte, zulks is echter gewis niet aan het Engelsche tarief toe te schrijven; en deze omstandigheid moge het Britsche gouvernement huiverig maken om de regten op onze fabrikaten te verminderen, dezelve kan nimmer naar mijn meening voor het Nederlandsche gouvernement eene reden opleveren om een ongelijk verdrag te sluiten. Zal het ons in het algemeen baten, dat goederen van Franschen oorsprong met de verhooging van een vijfde getroffen worden? De heer Huskisson vermeent zulks, doch het komt meer dan twijfelachtig voor.

De voornaamste artikelen van invoer uit Frankrijk in Engeland behooren niet tot de voortbrengselen van onzen grond of nijverheid; welk voordeel toch komt het aan Nederland aanbrengen, dat de invoer van zijden stoffen, wijnen, modewaren en dergelijke objecten in Engeland bezwaard wordt? Waren de regten op glas en glaswerk, hoeden, messenmakerswerk, meekrap, en wat dies meer zij, in Engeland niet dermate hoog, dat onze handel afgeschrikt wordt om eenige invoer van belang daarvan in dat rijk te ondernemen, dan zoude een verschil van regten op die artikelen, waaromtrent onze nijverheid niet voor die van Frankrijk behoeft te wijken, het nadeel, hetwelk daaruit voor Frankrijk zoude ontstaan, tot ons voordeel kunnen doen werken, even gelijk het voor Engeland niet onverschillig zijn kan, dat een aantal artikelen, die ons zoowel uit Frankrijk als uit dat rijk kunnen worden aangevoerd, op den invoer uit Frankrijk verboden of hooger belast zijn, zooals glas en glaswerk, chemicaliën, lakens en kasimieren enz. Wat dit laatste artikel betreft, is door den heer Huskisson opgemerkt, dat de regten in Nederland prohibitief zijn, terwijl deze er slechts berekend zijn tegen 10% van de waarde, zoodat hij hier gedwaald of stilzwijgend erkend heeft, dat de regten volgens zijne opinie, om prohibitief genaamd te worden, niet zoo hoog behoeven te worden opgevoerd, als de meening van den heer Canning schijnt te zijn.

Zooals de zaken derhalve thans staan, kunnen de veranderingen,

Sluiten