Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke bij de akten van 5 July 1.1. in de regten op de goederen gemaakt zijn, geene aanleiding geven om dezerzijds eenigen prijs te stellen op de gelijke behandeling der respectieve vlaggen, dewijl daarvan het gevolg zoude zijn, dat de korting van tien percent, welke aan de nationale vaart is verzekerd, met al de voordeelen, aan den zouthandel verbonden, aan de Engelsche vlag zoude te beurt vallen, terwijl de invoer onder Nederlandsche vlag in Engeland, in het algemeen, aan zeer hooge regten onderhevig blijven en geen voorregt genieten zoude boven andere vlaggen, met uitzondering welligt alleen van Frankrijk, hetwelk bij weigering om soortgelijke overeenkomst te treffen, aan eene verhooging van een vijfde, welke ons weinig of niet zoude baten, onderworpen zijn zoude

Het koninklijk besluit van 11 Augustus 1824*), waarbij de korting der 10 % voorloopig en in afwachting dat de onderhandelingen eenen wederzijds gewenschten uitslag zouden hebben, aan de Engelsche vlag is toegekend, behoort derhalve zelf naar mijne meening ten gevolge dezer aanmerkingen te worden ingetrokken, tenware Z. M. raadzaam oordeelen mogt om de voortduring van dat besluit aan Engeland te doen aanbieden en daardoor te trachten de verhooging van een vijfde voor te komen en een vernieuwd blijk te geven van H. D. milde beginselen, vriendschappelijke gezindheid en levendige bekngstelling in de bevordering der handelsbetrekkingen tusschen de beide staten. In dat geval zoude Engeland voorzeker als de meest begunstigde natie behandeld worden en geen voorwendsel over hebben om de producten van onze nijverheid op eenigerhande wijze te bezwaren. Blijft hetzelve vasthouden aan de bepalingen, dat de invoer van gefabriceerde goederen zal worden bezwaard of verboden ten aanzien van zoodanige landen, alwaar de uitvoer der grondstoffen, waaruit de goederen gefabriceerd zijn, is verboden, dan zoude het papier het eenige artikel zijn, hetwelk hier bijzondere aanmerking verdient, doch het valt hier in het oog, dat ons papier weinig of geen debiet vindt in Engeland en dat wij bij vergunning van invoer zelfs onder lagere regten zouden verliezen, ingeval wij zulks moesten vergoeden door den uitvoer van lompen toe te laten. De hoeveelheid, welke gewoonhjk van

•) Zie blz. 364, noot i. *) No. 94.

Sluiten