Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men dit sistema bij wijze van vergunning aan Engeland konde aanbieden en eenig wederzijds voorregt uit dien hoofde genieten, zoude er dubbele winst voor Nederland uit voortspruiten.

Om nu nog eenigszins onze granen te begunst gen, zoude het eene heilzame poging zijn van den invoer der genever in Engeland trachten te bekomen, maar den uitval dier poging vermeen ik wijnig hoop te durven bijzetten. Verders is het ook van aanbelang te verkrijgen, dat als wanneer er granen in Engeland worden toegelaten, den tijd, in welken dien invoer wordt vastgesteld, voor ons rijk zolang moge duuren als voor eenige andere landen van Europa. Bij elke toelating van invoer van granen word door Engeland bepaald, dat de granen, komende van zekere hoogte noorderwaards, tot eenen gestelden tijd mogen inkomen, dewijl de helft slechts vergund wordt voor den toevoer uit Nederland; dezen tijd duurt voor ons gewoonlijk maar zes weken en het gebeurd dat contrariewinden de verzending zolang ophouden, dat het graan van dit land óf te laat in Engeland arriveert óf in 't geheel niet kan vertrekken, waardoor meermaals groote verliezen zijn voorgevallen.

Er blijft nog te spreken over den doorvoer van gefabriceerde en ongefabriceerde goederen, welke uit Duitsland getrokken, na oost en west en na Engeland door Engelsche schepen worden vervoerd; konden wij den doorvoer dier koopmanschappen door dit land aanlokken, hoe belangrijk zoude het voor onze binnelandsche scheepvaart en voor onze havens niet zijn, de volstrekte vrijgeving van regten zoude daartoe het eenigste middel zijn, en dewijl den vrijen transit door het Nederland allezins voor Engeland belangrijk is, zoude het aanbieden derzelve ook mogelijk kunnen aanleiding geven om door Belgische schepen alle goederen van doorvoer eveneens als die der eigene producten in Engeland op gelijken voet als Engelsche schepen te mogen inbrengen.

No. 138. —1825, December 6. — falck aan canning *).

En réponse a la lettre que Votre Exc. m'a adressée samedi *), j'ai 1'honneur de rinformer qu'il ne m'est encore parvenu aucune

') Gedrukt: Falck, Gedenkschriften, blz. 604. — Ook r. a., Buitenlandsche Zaken, exh. 10 December i8ïj, no. 13. *) No. 136,

Sluiten