Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de voortbrengselen en behoeften, in- en uitvoer der in aanmerking komende Britsche koloniën, welke ter harer kennis mogten gekomen zijn, voor zoover dezelven geacht kunnen worden hier te lande niet te zijn doorgedrongen, te willen mededeelen, met bijvoeging van haar oordeel omtrent de voor beide stelsels, zoo van vrijen als uitsluitenden handel op deze koloniën, aangevoerde gronden.

Inmiddels wenscht Z. M., dat deze zaak blijve in haar geheel, zonder in de conferentiën met de Britsche rninisters te worden aangeroerd, onder voorgeven, indien men intusschen op eene verklaring dezerzijds mogt aandringen, dat er nog geene instructiën omtrent dit onderwerp van hier waren aangekomen, als vereischend de zaak hier te lande een rijp beraad en een omslagtig onderzoek. Of zich dezerzijds gelegenheid zal opdoen om hier te lande genoegzaam naauwkeurige staten van de behoeften en voortbrengselen der kolonie Suriname te doen opmaken, schijnt eenigermate twijfelachtig, en wij kunnen alhier niet becordeelen, in hoeverre Uwe Exc. middelen zal vinden om zoodanige opgaven wegens de in aanmerking komende Britsche koloniën te verzamelen, welke, gevoegd bij de voornaamste reglementen, in laatst gemelde koloniën op het stuk van handel en scheepvaart bestaande, een meer algemeen en duidelijk overzigt en eenen meer voldoenden maatstaf dan wij vooralsnog bezitten, ter vergehjking van den toestand in de handelsbelangen der wederzijdsche bedoelde koloniën zouden opleveren. Intusschen zal het Uwer Exc.'s aandacht niet ontgaan zijn, dat gesteld al eens, hoe onwaarschijnlijk ook, dat de slotsom dezer stukken eene volmaakte gelijkheid van belangen ten aanzien der vrije vaart op gemelde koloniën mogt aanbieden en dat dus beide partijen van een en hetzelfde standpunt uitgingen, niettemin de uitwerking der bedoelde wederzijdsche toelating zich daarom nog niet naar deze gelijke gesteldheid der omstandigheden zou laten berekenen, met andere woorden, dat de overeenstenuning der kansen als zoodanig nog niet geacht kan worden onvermijdelijk gelijke vruchten te moeten aanbrengen, naardien het ten deze toch minder zal aankomen op de cijfers en op de thans bestaande statistieke daadzaken, dan wel op de geldmiddelen en vooral op den handelsgeest der wederzijdsche onderdanen. Met grond moge men hier beducht zijn, dat de

Sluiten