Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Coninck bad voorgesteld, als van de te sluiten conferentie sprekende, as of a matter in his mind substantially settled.

Maar mijne praecautie mogt weinig baten en toen er eindelijk het hooge woord uit moest, dat wij van de gelijkstelling der vlaggen niet gediend beliefden te zijn, was de zeer onaangename indruk op het gelaat mijner beide interlocuteurs zigtbaar. „Br schoot dus nu niets over dan de retorsieve middelen te gebruiken, bij de parlements-akten aangewezen".

Ik gaf de heeren geredelijk hunne bevoegdheid daaromtrent toe. met intimatie, dat de koning ook van zijnen kant bedacht was op de intrekking van den maatregel, in Augustus 1824 ten gunste der Britsche vlag genomen»), maar verzocht hun echter te overwegen, of de werkelijke staat der betrekkingen tusschen de twee rijken met opzigt tot vaart en handel wel termen opleverde om aldus het harnas aan te trekken en of het niet beter ware zonder de zaken uit haar geheel te brengen den tijd af te wachten, dat men zich over een commercie-tractaat zoude kunnen verstaan.

Doch de heer Huskisson betuigde niet in het Huis der Gemeenten te kunnen verschijnen zonder overlegging hetzij van een order in council tot oplegging van de bewuste verhooging van een vijfde, hetzij van eene conventie, die de vaart over en weder gelijk stelle. Engeland was dit niet alleen aan zichzelve maar ook aan Zweden en de andere Noordsche staten verschuldigd, die zoo gereedelijk met hetzelve op den voet der reciprociteit gecontracteerd hadden en met regt vertrouwden, dat de deur ook voor alle anderen óf open óf toe zoude zijn. Hij achtte het een treurig verschijnsel, dat men in dezen bij een gouvernement zooals dat der Nederlanden het hoofd stooten moest, maar hij had zich niets te verwijten. Geen voorslag kon billijker zijn dan die van gelijk op te varen, en nu dit afgewezen werd, bleef hem de pligt over van te zorgen, dat de Engelsche scheepvaart, op de eene of andere wijze, mede genot kreeg van de voordeelen, die wij nu sedert tien of twaalf jaren uitsluitend aan ons hadden gehouden. Hij doelde op den zouthandel.

Ik herinnerde hem hierop, dat van de Engelsche zijde gelijke zorg was gedragen om ons van derf aanvoer van boter en kaas

») No. 94.

Sluiten