Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogendheden te moeten toeschrijven, als wij eene vermindering der regten van invoer op eenige voortbrengselen van Nederlandsche nijverheid begeerd hebben, tot verkrijging waarvan wij misschien zouden te bewegen geweest zijn om de bevoordeeling der Nederlandsche vlag boven de Engelsche op te offeren, terwijl Engeland integendeel weigert voor ons een uitzondering te maken van deszelfs algemeen tarief. Hooge regten in de Nederlanden en het aanbod van die voor Groot-Brittanje te verminderen zouden der zaak geene andere wending gegeven hebben, naardien toch de eigenlijke oorzaak, die belet heeft zich te verstaan, mijns erachtens in de bedenking ligt of de voordeelen, aan onze nationale scheepvaart voor den invoer van zout en suiker verzekerd, wel kunnen worden prijs gegeven.en in het vasthouden door Engeland van het grondbeginsel, dat de kwijtschelding der discriniinating duties in de Nederlanden, waarvan Engeland blijkens de mede hierbij gevoegd depêche van den ambassadeur Falck van den ioe« July 1825 *) zulk een hoog gewicht hecht, juist het eenig aannemelijk equivalent is voor Groot-Brittanje.

Zoolang deze laatste omstandigheid in haar volle kracht zal blijven bestaan, zal zij almede verhinderen, dat Engeland de vijfde verhooging intrekke op een eventueele aanbod van Nederlandsche zijde om een hooger tarief dan het thans bestaande ten voordeele van Engeland te wijzigen, als wanneer het Engelsche ministerie zoude afgaan van het aangenomene stelsel, dat de vijfde verhooging bij hun behoort op te wegen tegen de begunstiging der Nederlandsche vlag boven de Engelsche, weshalve dit anders wenschelijk resultaat alsmede naar 't schijnt door geen verhoogd tarief zal kunnen bereikt worden.

Eindelijk is het te vreezen, dat wanneer men dezerzijds zoodanig verhoogd tarief mogt aankondigen met aanbod om hetzelve ten behoeve der mogendheden, waarmede men zich zou kunnen verstaan, te wijzigen, Engeland van zijnen kant insgelijks eenen stap doen zal om de thans tusschen de handelsbetrekkingen der twee rijken bestaande evenredigheid weder te herstellen en te handhaven en er op bedacht zal zijn om tegelijkertijd met nieuwe bezwaren voor den Nederlandschen handel op te treden, even gelijk het in 1824, om de buitenwerkingstelling der 10 %, hier

1) No. 120.

Sluiten