Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, en welke op de vorige regten zouden behooren te worden teruggebragt, als voor geene algemeene verbods- of verhoogingsbepaling vatbaar.

De regtvaardigheid en onzijdigheid, welke Z. M. verlangt, dat de daden van H. D. regeering kenschetsen, de wensch om de mogendheden tot mildere beginselen te brengen, alles doet het den koning van het hoogst belang voorkomen, dat de tegenwoordige staat van zaken niet langer blijve bestaan, en Z. M. zal dus in allen gevalle met belangstelling de mededeeling tegemoet zien van den uitslag, dien de nadere overweging van hetgeen omtrent dit aangelegen onderwerp te doen staat, bij het Departement van Buitenlandsche Zaken zal hebben en van deszelfs consideratiên en advies over deze zaak.

No. 149. —1826, Januari 16. — falck aan verstolk1).

Bij een depêche van het afgeloopeh jaar no. iqi *) gaf Uwe Exc. mij kennis van 's konings begeerte om mijne consideratiên te kennen over het wederkeerig openstellen der Nederlandsche en Engelsche West-Indiën. Die consideratiên zijn vervat in het hiernevensgaande geschrift3). Ik heb mij niet alleen van alle vooringenomenheid trachten te ontdoen, maar ook gezorgd de behandeling der kwestie tot het zuiver commercieel gezigtspunt te bepalen. Trouwens, wat de staatkunde betreft, ware het overtollig geweest voor Uwe Exc. te betoogen, hoe wenschelijk het zoude zijn om ons in dezen met het Engelsch gouvernement te verstaan, daar deszelfs andere voorstellen en aanbiedingen uit hoofde van zeer wezenthjke belangen hebben moeten worden van de hand gewezen. Uit uw schrijven van den yn dezer*) mag ik afleiden, dat deze wenschehjkheid tot onzent niet miskend wordt, en van mijne zijde daarentegen ben ik ten volle bereid om toe te geven dat, zoo na hernieuwde beraadslaging de kansen op winst en verlies slechts bevonden worden gelijk te staan, Z. M. wel zal doen van inschikkelijkheid te betoonen voor de denkwijze der hoofdstad. Doch van deze denkwijze zoude nog

») R. A., coll. Falck, 96. — Ook Brieveniegister, Londensch legatie-archief

blz. 473.

a) No. 140.

*) Weggelaten.

*) R. A., Buitenlandsche Zaken, 3 Januari 1836, no. 6 Geheim.

Sluiten