Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepen, die suiker uit hunne eigene koloniën aanbrengen, evenzoo behandelen als thans de Nederlandsche? Dit zal Uwe Exc. dadelijk zien, dat op een strijd nederkomt tusschen onze raffinaderijen en onze reederijen, welken ik voor mij hope, dat niet ten gunste dezer laatsten beslist moge worden, voomamentlijk om deze reden, dat zij tot dusverre geene vrachten van Jamaïka, Barbados enz. naar Nederland hebben gehad noch daarop hebben kunnen rekenen, zoodat uit de gelijkstelling der Britsche vlag op dit artikel voor hen geen nadeel of verkorting van genot voortvloeit. Voorts kon deze gelijkstelling als resultaat eener overeenkomst met eene vreemde mogendheid bij een koninklijk besluit geschieden, terwijl de hoogere belasting van alle vreemde suikers den omslag eener wet vereischen zoude.

Van Z. M.'s voornemen om de toelating der buiten Nederland gebouwde schepen in de vaart op Demerary, Essequebo en Berbice niet weder te doen bedingen, houde ik mij des te liever onderrigt, omdat ik sedert lang gemeend heb, dat de tien jaren, gedurende welke die schepen begunstigd en beschermd zijn gewórden, volle ruim waren voor de aanvankelijke bedoeling. Ook zoude ik nimmer in mijne aanteekeningen x) op de projectartikelen van de zaak melding hebben gemaakt, had niet de stellige last, op mij verstrekt bij missive van het Departement van Buitenlandsche Zaken in dato 3 Februari 1825a), mij aanleiding gegeven om te gelooven, dat ze bij het gouvernement anders werd ingezien dan bij mij.

Nu blijft er nog over, dat ik mijn gevoelen uite over het denkbeeld om de vaart provisioneel slechts voor achttien maanden of twee jaren open te stellen. Met de voorzichtigheid schijnt dit alleszins te strooken, maar let ik op de distantiën en op den tijd, die tot het afloopen van commercieele operatiën tusschen Europa en West-Indië vereischt wordt, dan moet ik zoodanig tijdvak ongenoegzaam achten voor eene proeve, die iets beteekenen zal; men zal zich er, vreeze ik, niet met de borst op toeleggen, veel min eenig noemwaardig kapitaal los maken voor een handel, die een zoo geringen waarborg van duurzaamheid heeft. Vijf jaren is de kortste termijn dien ik, onder verbetering, oordeele, dat bij het Britsche ministerie aannemelijk zoude

*) Zie de aanteekening van Falck bij art. 6 van no. IIJ. *) R. A., Buitenlandsche Zaken, 3 Februari 1825, no. 37.

Sluiten