Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelt en de onderscheidene regten opheft, behoudens een vijfde verhooging op de regten in 't algemeen ten aanzien van zoodanige mogendheden, die de Engelsche vlag aan hoogere regten onderwerpen dan de nationalen. Frankrijk daarentegen, wel verre van eenige mate op deszelfs uitsluitend of prohibitief systema terug te komen, heeft nog in het afgeloopen jaar deszelfs tolstelsel versterkt door maatregelen die, hoezeer in het algemeen werkende, uit den aard der zake genoegzaam eeniglijk op Nederland toepasselijk zijn, dewijl die mogendheid al verder door een hooger tonnegeld voor vreemden en het heffen van onderscheidene regten de uitbreiding der vaart onder andere vlaggen dan de Fransche op deszelfs havens belet.

Te midden van zoodanige omstandigheden zoude ik eerbiedighjk van gedachten zijn, dat met de beschouwing van het onderwerp der missive van den Secretaris van Staat eigenaardig zoude kunnen gepaard gegaan het onderzoek van de voor- en nadeelen, welke de Nederlandsche scheepvaart en handel te wachten hebben van het nieuwe handelstelsel in Groot-Brittanje, waarover ik de eer gehad heb voorleden Maandag x) met U. M. te spreken en tot bevordering waarvan ik ontworpen heb den bijgaanden brief1) voor den Administrateur van de Nationale Nijverheid, daar het mij, onder verbetering, toeschijnt, dat, wanneer de uitslag van dat onderzoek zoude mogen leeren, dat het tegenwoordig stelsel met Engeland de Nederlandsche vaart over het geheel van eene betere natuur gemaakt heeft of dat er termen zouden bestaan om de onderhandelingen met Engeland weder aan te knoopen en om bij die gelegenheid tevens te beproeven om Groot-Brittanje te doen terugkomen van deszelfs geuite meening omtrent de Rhijnvaart, zulks van eenen aanmerkelijken invloed zal kunnen zijn op de beschouwing van het object der missive van den Secretaris van Staat.

No. 151. —1826, Januari 26. — verstolk aan stratenus. ')

Ten einde een juist oordeel te kunnen vellen over den tegenwoordigen staat der commercieele onderhandelingen en betrekkingen met Engeland, acht de koning het doelmatig, dat er eene berekening gemaakt werde van de voor- en nadeelen,

») 16 Januari i8a6. a) No. 151.

•) R. A., Buitenlandsche Zaken, 26 Januari 1826, no. 20/2.

Sluiten