Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doelde bescherrrung dan al mogten lijden, zou zig, dunkt mij, rijkelijk vergoeden door de meerdere vaart, die voor de Nederlandsche schepen al meer en meer zou toenemen; althans ik verbeeld mij, dat bijaldien onze schepen in alles met die der Engelsche gelijk stonden, onze koopvaaróUj vaart binnen korten tijd eene meerdere welvaart zou verkrijgen.

Wat aanbetreft het vrijstellen der vaart op onze colonie, met name Suriname, want anderen ken ik niet, dat zou, verbeelde ik mij, voor veelen, in dezelve geïnteresseerd, als nadeelig beschouwd worden; mijn gevoelen is echter, dat de vrijstelling zeer weinig zou schaden, want geen handeldrijvende colonie zijnde, zie ik niet, dat er eenige drijfveer kan bestaan om de Engelschen iets daarheen te kunnen doen ondemeemen; hunne articulen, in dezelve benodigd, zoo min van plantagiebenodigdhedens als andere noodwendigheden, zijn er niet gezogt, maar geeft men integendeel ver de voorkeur aan hetgeen Uit Nederland gezonden word; specie is er niet gangbaar, dus missen zij de gelegenheid om er producten aan te kopen. En al hadden ze die, zoo staan dezelve in het algemeen zoo hoog in prijs, dat dezelve niet dan tot verhes zouden kunnen gerealiseerd worden. De ondervinding heeft dit geleerd, en het zou weinig moeite kosten aan te toonen, dat in gevallen, waar men eene zeer grove winst op de van hier gezondene goederen bij verkoop in de colonie heeft gehad, men na verkoop der daarvoor ingekogte goederen nogtans verhes heeft moeten afschrijven. Ook dunkt mij, moet ten dezen ook in aanmerking genomen worden, dat de Americauen reeds het privelegie hebben om levensmiddelen, vee en ruwe articulen in te voeren, weliswaar onder beding van maar alleen dram en meiassen te mogen uitvoeren1), dan een ieder weet, dat de invoer van suiker en coffy uit de colonie in Noord-America geen vreemde gebeurtenis is, hoezeer de spaarzaamheid dier gebeurtenissen aantoont, dat de vaart op de kolonie met levensmiddelen uit NoordAmerica, alwaar dezelve zeer laag in prijs zijn, maar zelden voordeel geeft. En eindelijk verdient, mijns inziens, vooral opmerking, dat door het openstellen der vaart voor de Engelschen op Suriname wij ook voor onze schepen zouden verkrijgen die op Essequebo, Demerary en Berbice, die voor ons van des te grooter be-

1) Krachtens resolutie van 13 November 1818.

Sluiten