Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodanig zullen terugkrijgen als het geweest is, mag men echter met grond hopen, dat wij er weder een goed gedeelte van zullen bemeesteren.

Ten derden: veel van onze schepen brengen Spaansche en Fransche wijnen aan; niet altijd evenwel valt de oogst gelukkig uit en het gebeurt wel eens, dat de hoeveelheid schepen, welke op de primeur te Bordeau, Marseille, Cette enz. aankomen, voor een groot gedeelte geene lading vindt; wanneer men dan met hoop van er eene vracht aan te bevaren zout kan innemen, dan is men niet verlegen en men kan zich helpen.

Ten vierden: in tijden dat een slecht uitgevallen oogst in de zuidelijke landen van Europa aanvoer van granen aldaar noodig maakt, dan is het buiten bedenking, dat de schepen van die natiƫn, welke niet verlegen behoeven te zijn om eene terugvracht, de granen tot de goedkoopste vracht kunnen overvoeren; ook van dien kant is het zoo belangrijk, dat onze schepen bij gebrek van iets beter altijd eene terugvracht hebben in het aanvoeren van zout.

Ten vijfden: als men volstrekt niets met de schepen wist te doen, dan zond men ze met ballast naar de Fransche en Spaansche havens, het dezelve aldaar zout laden en bevoer daaraan somtijds een goede, nu en dan ook een nauwelijks bestaanbare vracht. Men kon de schepen ten minste in beweging houden.

De moest deze bijzonderheden hier uiteenzetten om te doen gevoelen, dat onze voorvaderen wezenlijk een goed inzien in de zaken hadden en dat zelfs de aanvoer van klipzout met Nederlandsche schepen niet wenschelijk is noch voordeelig voor de reederijen in het algemeen rijn kan, dewijl alle andere zoutvaart daardoor als het ware de bodem ingeslagen en onderdrukt wordt, en dat dit eenen nadeeligen invloed op onze vrachtvaart en handel hebben moet, behoef ik naauwelijks te noemen; het is bij de zooeven genoemde voordeelen in het oogvallend.

Vraagt men waarom dan dit spoor verlaten gevonden is ? Deze geschiedenis is kortelijk deze.

Gedurende den oorlog was men om zout verlegen en het was bij uitstek duur, men moest derhalve uit behoefte allerlei soort van zout toelaten, ook het klipzout en dit duurde tot in November 1813 voort. Het placaat van 1725 wierd toen weder in werking gebragt en (ik meen in Maart of April 1814) deed men die wet

Sluiten