Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook met Intrekking tot het klipzout uitvoeren. Doch eenige koopüeden op Engeland hadden toen aanmerkelijke partijen van dat zout ontboden en vreesden groote schade te zullen üjden. Dezelve adresseerden zich zoo in geschrifte als in persoon bij den Souvereinen Vorst. En hetgeen aan deze petitiën de meeste klem bijzette, was de tusschenkomst van lord Clancarty, den Britschen ambassadeur, van wien ik te dier tijd vrij dringende memoriën onder het oog gehad heb en de uitslag was met twijfelachtig 1).

Wij wierden ook zoodanig met dat soort van zout overstroomd door Engelschen, Hamburgers, Zweeden, Deeners enz., dat het met alle andere zoutvaart gedaan was, en er was niemand, die den loop der zaken opmerkte, of hij was overtuigd, dat, wanneer dit alzoo bleef voortgaan, er met onze schepen geene zoutvaart meer mogelijk was.

Vandaar dan, dat er aan Z.M. representatiën gedaan werden en onderscheidene pogingen aangewend om dat kwaad te stuiten, totdat H. D. eindelijk een voorstel deed om het afhalen en invoeren van zout tot Nederlandsche vlaggen te restringeeren, een voorstel, hetwelk te dier tijd door de leden van de Staten-Generaal met toejuiching en met algemeene stemmen is aangenomen *).

Nu kwam er wel bijna geen ander zout dan van Liverpool en de reederijen in het algemeen waren er niet door geholpen, maar een honderdtal schepen vond er zijn bestaan in en daaronder waren er ook eenigen uit Rotterdam.

Br. zelve trok voordeelen van die vaart en moest ik eeniglijk op mijn bijzonder belang zien, dan zoude ik hebben kunnen wenschen, dat dezelve alzoo gebleven ware. Dx verwonder mij derhalve niet, dat er menschen zijn, welke gaarne die zoutvaart van Liverpool, al ware het dan ook met Britsche schepen, geconserveerd zagen, doch men moet waarlijk al te zeer met zijn eigen belang zijn ingenomen, wanneer men de belangen van het geheel zoo geheel ter zijde zet.

Bs acht den maatregel van de Engelschen eene uitnemende weldaad voor onze reederijen en het is allergelukkigst, dat langs dezen weg een staat van zaken hersteld wordt, waartoe wij zonder dit nooit weder hadden kunnen geraken.

*) Zie biervóór, afd. II. *) Wet van 3 Mei 1830.

Sluiten