Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch nu moet ik daarvan aftrekken aan vracht van goederen, welke in een jaar uit hoofde van de 10% met Nederlandsche

schepen moeten worden aangebracht f 50.000.—.

Dan verhezen wij f 100.000.—.

Wanneer men nu in aanmerking neemt hetgeen ik aangemerkt heb, waarop de gelijkheid der vlaggen in het eind uitloopen moet, hetgeen in de natuur der dingen ligt en dat wij ten fraaisten genomen met onze schepen /100.000.— meer vracht zouden bevaren, kan dit dan opwegen tegen de opoffering, die wij zouden doen?

Zooals de stand der zaken in Engeland is, komt het mij hoogstwaarschijnlijk voor, dat men zijn systhema van hooge regten niet zal kunnen blijven handhaven. De dezer dagen genomen maatregel wegens de granenl), geboren uit de vrees voor de onlusten, moet verdere gevolgen hebben. Alles tezamen genomen Wenschte ik hartelijk, dat de zaken in den stand blijven, zooals zij tegenwoordig zijn, volkomen overtuigd, dat dit de eenige weg kan zijn om onze herlevende reederijen te begunstigen, zonder dat de maatregelen van het Engelsche gouvernement (de zaken in het groot beschouwd) eenig nadeel kunnen teweegbrengen.

Op de negende vraag kan ik van de onwaarheid dezer berigten getuigen; de prijzen van boter en kaas hebben tot eene verbazende hoogte opgevoerd geweest en de boter inzonderheid. De vraag van kaas stuit wel eens, wanneer uit het graafschap Chester de toevoeren groot zijn. De maatregel kan op deze producten niet den minsten invloed hebben, zooals dit dan ook de ondervinding reeds heeft doen zien.

Op de laatste vraag kan ik mij aan de vroegere antwoorden gedragen. De gehjkstelling is niets anders dan het valsche aangezicht, waarachter het ware oogmerk verborgen ligt om de vrije zoutvaart te bedingen en den val onzer eenigzins weder ontluikende scheepvaart voor te bereiden.

No. 158. — 1827, Maart 9. — van der fosse

aan den koning2).

Thans ziet de ondergeteekende, bij wien eindelijk zijn in-

l) In 1825; vgl. Smart, a. w., blz. 303.

*) Uit Brussel, no. 37, Geheim. — r. a., Kabinet des Konings, exh. 16 Maart 1837, La. e 6, Geheim.

Sluiten