Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen al de ter dezer zake gevraagde berigten van de gouverneurs der provinciën, in welke kantoren van betaling bij in- of

uitvoer ter zee gevestigd zijn, zich in staat gesteld . —

voorloopig aan U. M. te rapporteeren.

De eer hebbende de opgemelde berigten der gouverneurs bij dezen in originali aan U. M. over te leggen *), heeft de ondergeteekende niet ondienstig geacht tot gemakkelijker vergelijking der daarbij geuitte gevoelens en opgegeven resultaten H. D. tevens aan te bieden een beknopt overzicht *) van den zakelijken inhoud dier berigten, mitsgaders eenen algemeenen staat van het geheel bedrag der verleende restitutiën, voor elk der

ten deze bedoelde jaren en provinciën afzonderlijk

Intusschen en hoezeer de resultaten voor sommige provinciën zeer uiteenloopen, zoo blijkt echter uit den algemeenen staat, dat het gezamenlijk bedrag der restitutiën over het geheele koningrijk, jaar voor jaar, eene progressive en vrij belangrijke vermeerdering heeft ondergaan, en hieruit zou naar het inzien van den ondergeteekenden wel zijn af te leiden, dat de bepaling van art. 10 der wet van 26 Augustus 1822 s) eenen gunstigen invloed heeft uitgeoefend op de nationale scheepvaart, gelijk dat ook over het algemeen het gevoelen is der gouverneurs.

Wel is waar, dat de verhooging van inkomende regten voor sommige artikelen, daargesteld bij de wetten van 10 January 1825 *) en van 24 Maart 18265), eene vermeerdering van opbrengst en gevolgelijk eene vermeerdering van het bedrag der restitutiën heeft moeten teweegbrengen, doch de ondergeteekende oordeelt, dat het jaarlijksche accres der laatstgemelde te aanzienlijk is dan dat men hetzelve voornamelijk zoude moeten toeschrijven aan den invloed der zooeven aangehaalde wetten, en dat deze bedenking altans niet van genoegzaam gewigt is om van de gunstige opinie nopens het effect der restitutiën ten voordeele der nationale scheepvaart te moeten afgaan; terwijl het voorts te voorzien is, dat de mtrekking van het besluit van 11 Augustus 1824') nopens de gelijkstelling der Engelsche met de Nederlandsche vlag, de nationale schepen vooral bij invoer meer en meer de voorkeur zal verzekeren.

») Weggelaten. «) No. 159. ») Stsbl. no. 30.

•) Stsbl. no. 39. 5) stsbl. no. 14. •) Stsbl. no. 94.

Sluiten