Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ondergeteekende heeft voorts nog de eer hierbij U. M. aan te bieden twee staten1), aanwijzende het getal Nederlandsche en vreemde schepen, welke gedurende de laatste vier jaren met ladingen zijn binnengekomen en uitgezeild. Uit den staat der inklaringen zal H. D. ontwaren, dat de aanvoer van goederen onder Nederlandsche vlag ook jaarlijksch is toegenomen, hetgeen welligt ter bevestiging kan dienen van den gunstigen invloed der restitutiën, waarvan het effect zich ook eigenaardig voornamelijk bij den invoer moet doen gevoelen. De staat der uitklaringen biedt daarentegen geen zoo gunstig resultaat, vooral ten aanzien van het laatst verlopen jaar; doch zulks kan echter niet bepaald tot eene nadeelige gevolgtrekking voor de vermindering van de eigen vrachtvaart leiden, eensdeels omdat bij uitvoer de restitutiën van minder belang zijn, en het ten anderen in den aard der zaak gelegen schijnt te zijn, dat men daartoe bij voorkeur bezigt schepen, tehuis behoorende in de landen werwaarts men goederen wil verzenden uit hoofde der bijzondere protectie, welke in de meeste staten van Europa aan de nationale schepen boven de vreemde is toegestaan, hetgeen vooral het geval is in Frankrijk en Engeland, werwaarts om dezelfde redenen veele onzer schepen in ballast uitgaan, die in de tegenwoordige opgaven niet zijn kunnen worden begrepen en wier getal de schijnbare onevenredigheid tusschen de in- en uitvaart onder Nederlandsche vlag hoogstwaarschijnlijk zou doen verdwijnen.

Dat het aantal schepen, in dit rijk tehuis behoorende, gedurende de laatste jaren merkelijk is toegenomen, houdt de ondergeteekende voor buiten twijfel.

Die vermeerdering moet gezocht worden niet alleen in de premiën tot aanmoediging van den scheepsbouw") (van welke een groot aantal kleinere schepen vanzelve zijn uitgesloten), maar ook zoowel in de restitutiën als in de overige voordeelen, welke bij de bestaande wetten aan den in- of uitvoer onder eigene vlag of voor de vaart op somrnige landen of voor sommige bepaalde artikelen zijn verbonden. Met juistheid te bepalen het aandeel, hetwelk bij het bestaan van alle de vereenigde middelen aan de restitutiën moet worden toegekend, is moeyelijk,

1) Weggelaten.

2) Krachtens besluit van 5 October 1833.

Sluiten