Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze gunstige verandering is voorzeker grootendeels toe te schrijven aan de premiën, sedert 1823 door Z. M. voor nieuw gebouwde schepen uitgeloofd1), doch de teruggave van Vm der regten heeft daartoe medegewerkt en in allen geval heeft de bepaling van artikel 10 der wet van 26 Augustus 1822 a) eenen gunstigen invloed op het gevoel van den handel gehad, en hoezeer het achterblijven dezer gunst welligt geene zeer nadeelige gevolgen voor den Nederlandschen scheepvaart zoude hebben voortgebragt, moet de ondergeteekende het intrekken van de toegestane gunst volstrekt ontraden, tenware men een evenredig voordeel mogt kunnen in de plaats stellen.

De ondergeteekende behoeft zulks niet in het breede te betoogen, daar het op hem verstrekt commissoriaal bewijst, dat het gevoelen Z.M. met het zijne eenstemmig is.

De ondergeteekende heeft zich alle moeite gegeven om na te gaan, voor welke wijziging de wet vatbaar was, wanneer men dit doel in het oog wilde houden en tevens aan de klagten tegemoet komen, welke hare bepaling bij andere mogendheden heeft doen ontstaan, doch zijne pogingen om een geschikt middel ten dien einde aan te geven, zijn vruchteloos geweest.

Men kan weliswaar de premie op den aanbouw van schepen verhoogen, doch zulks strekt enkel tot gedeeltelijke aanmoediging voor nieuw uitgehaalde vaartuigen, zonder dat de Nederlandsche handel en scheepvaart algemeen het genot hebbe van hetgeen tot dien einde zoude worden besteed, en deze maatregel zal dus aan het oogmerk niet voldoen.

Men kan een premie geven bij het inkomen en het uitgaan van ieder Nederlandsen schip en dezelve in verhouding brengen met de te volbrengen of volbragte reize, doch men mag in twijfel trekken of de reden van klagten bij andere mogendheden alsdan wel zouden worden weggenomen, en bovendien zoude deze maatregel het tweeleedig nadeel hebben, dat vooraf niet kan worden berekend op hoeveel zij voor de schatkist zoude te staan komen en dat de betaling zelve buiten evemedigheid staan zoude met het meerder of minder belang der aangebragte lading en dus van den handel, terwijl de teruggave van V» der regten met dit belang in een volkomen verhouding staat en nimmer te drukkend

*) Bij K. B. van 5 October 1833. *) Stsbl. no. 39.

Sluiten