Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder hebbende doen voorleggen, heeft bevonden, dat Uwe Exc. op deszelfs rapport van den zgen Januari 1826 *) is gemagtigd geworden om nopens dat onderwerp een bepaald onderzoek te mogen doen, blijkens het koninklijk rescript van den 2a**»0 dier maand a).

Alvorens op uw voorsz. geheim rapport te beschikken, zoude de koning thans wenschen door Uwe Exc. te worden onderrigt in welke termen dat onderzoek zich bevindt en tegen wanneer Uwe Exc. zich voorstelt omtrent dat onderwerp een volledig rapport aan Z. M. te kunnen aanbieden.

No. 164. — 1827, Juni I. — DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE AMSTERDAM AAN DEN KONING8).

j Het is U. M. allezints bekend, dat de voortbrengselen

van onzen grond, met Nederlandsche schepen naar Engeland vervoerd wordende, aldaar 20% meerder op de inkomende regten betalen dan wanneer soortgelijke artikelen met Engelsche schepen worden aangebragt. Het gevolg hiervan is, dat de aanzienlijke verzending der hoeveelheden" boter, kaas, genever, huiden, vetten enz., welke jaarlijksch naar Engeland plaats heeft, aan de Britsche scheepvaart eene bijzondere levendigheid en vertier schenkt, welke daarentegen de Nederlandsche geheel moet derven.

Maar hetgeen nog meer in deze oogenblikken de aandacht van de Kamer gaande maakt en opwekt, is de handel in granen, in verband gebragt met de bloei van den landbouw en de opluiking van de scheepvaart, vroeger en zelfs nog tot het einde van het verloopen jaar, toen het Engelsch gouvernement deszelfs havens openstelde bij eene order in council voor den invoer van rogge, haver, boonen, erwten en havermeel. Tegen zekere te betalen inkomende regten heeft de Engelsche administratie te dier tijd de verhooging van opgemelde 20% niet gevorderd, wanneer zoodanige granen met Nederlandsche schepen werden aangevoerd. Thans echter bij de openstelling van de havens voor

*) No. 150.

-) R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 26 Januari 1836, no. 20. 3) R. A., Waterstaat 3567.

Sluiten