Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de waarschijnlijke invloed dier veranderingen de denkbeelden der Kamers van Koophandel ongetwijfeld meer licht zouden en nog zullen kunnen verspreiden dan in die zaak bij mijne administratie voorshands is te vinden. Met opzigt tot de verdere punten der missive van welgemelden minister zou kunnen in aanmerking komen, dat het bedrag der door de Engelsche schepen over den j are r825 krachtens Z.M.'s besluit van n Augustus 1824l)

genotene restitutie van het een tiende der regten —,

belopen hebbende eene totale som van ƒ76.021,141/!, tot eene waarschijnlijke gevolgtrekking zal kunnen leiden in hoever de Engelsche scheepvaart bij de intrekking dier restitutie is benadeeld geworden; dat het gewigt van de begunstiging van de Nederlandsche scheepvaart boven de Engelsche door de bepalingen van het Nederlandsche tarief met betrekking tot den invoer van zout en suiker voornamelijk uit algemeene waarnemingen zal moeten worden afgeleid, vermits de tabellen van in- en doorvoer eerst sedert het jaar 1824 en dus na het bestaan der onderscheidenlijke regten op beide deze artikelen eene distinctie van invoer en uitvoer met Nederlandsche of vreemde schepen behelzen.

Wat de suiker betreft zou misschien eene oordeelkundige vergelijking van de in de laatste jaren plaats gehad hebbende aanvoer van dit artikel met die van andere koloniale artikelen met vreemde schepen het best kunnen dienen om tot eene waarschijnlijke gissing te komen, wat ook van de Engelsche mededinging in dit opzigt bij volkomene gehjkstelling te wagten zou zijn, terwijl het voorname doel van de verschillende belasting van dit artikel, zoo tot bevordering van de eigen vaart in het algemeen als van die op de Ha vannah in het bijzonder mag gehouden worden beter bij UH.E.G. dan mij bekend te zijn. Met betrekking tot het zout, waaromtrent eene dusdanige onderscheiding reeds bij publicatie van 14 January 1815 *) ingesteld, ter vervanging van het reeds in het tarief van 1725 opgenomen en tot aan de Fransche overheereching bestaan hebbend verschil tusschen den invoer van berg- of klip- en ander ruw zout, en na de wet van 6 Maart 1818 3) onafgebroken behouden is, kan het allerbelangrijkst overwigt, hetwelk de aanvoer met Nederlandsche schepen heeft gekregen blijkens de invoeren, o. a. daarvan in het jaar 1825 geëffectueerd, toen

*) No. 94. *) Zie blz. ai noot 1. *) Stsbl. no. 10.

Posthumus. 33

Sluiten