Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in beide rijken mocht bestaan, het zout ten minste het laatste artikel zou zijn, waaromtrent men van onze zijde zou behoren toe te geven, vermits hier niet slegts al het voordeel alleen aan de zijde van Engeland zou staan, maar het handhaven van de bij ons in dit opzicht bestaande onderscheiding door de-belangen van handel en scheepvaart beide worden bepleit en waaromtrent dus eene opoffering alleen van onze zijde zou plaats hebben, die b.v. door de intrekking van het Engelsche hoger regt alleen op den uitvoer van zout met Nederlandsche schepen in geenen deele kan worden opgewogen, als waarbij de Nederlandsche handel niets winnen zou, die thans deszelfs zout even goed uit Frankrijk en Spanje of ook Wel het Engelsche zout over Hamburg, Bremen en Emden trekt, en onze scheepvaart, die thans blijkens nevensgaanden staat1) van. invoer over 1825 en 1826 dezen handel genoegzaam geheel alleen bedient, door de Engelsche mededinging zoo dan al niet door het Engelsche overwigt toch altijd zeer aanmerkelijk zou lijden.

Wat het uitwerksel is geweest van het door Engeland sedert het jaar 1826 ingestelde hogere regt op den uitvoer van zout met Nederlandsche schepen, zal UH.E.G. uit het hiernevens gevoegde staatje1) blijken, hetgeen alleen genoeg is om overtuigend te toonen, dat Engeland door dezen maatregel zichzelve niet alleen van de beoogde voordeelen, maar ook van de geheele exportatie van zout herwaards heeft verstoken, zonder ons daardoor in het minste te krenken, en dat het dus ook van de staatkunde van dat gouvernement is te verwachten, dat zij dit zichzelven berokkende kwaad ook wel uit zichzelven door intrekking van dien maatregel zal trachten te verhelpen.

Thans overgaande tot de behandeling van het laatste vraagpunt, n.1. welke nadeelen de Nederlandsche handel door de vijfde verhoging van de zijde van Engeland kan geacht worden te hebben geleden, schroom ik ook niet, ofschoon ook dienaangaande de beste informatiƫn bij den handel zelve rijn te verkrijgen, als mijn gevoelen op te geven, dat het voornaamste kwaad, hetwelk eigenlijk uit dergelijke onderscheidenlijke regten altijd in het algemeen moet voortvloeyen, mijns inziens bestaat in het noodzaken van vreemde schepen om bij het afhalen van ladingen de uitreis somtijds in ballast of met halve ladingen te doen, als

x) Weggelaten.

Sluiten