Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

£ vreemdeling, wiens blik in onze dagen bij toeval verdwaalt langs die strakke, nieuwe kantoor- en fabrieksgebouwen in de rustige, nauwe straatgeul van de Nes te Amsterdam, zal niet vermoeden, dat hii daar

voor zdoh ziet liggen een volksbuurt, waarvan ia de beide bloeiperioden onzer letterkundige kunst een zoo prikkelende, bevruchtende invloed is uitgegaan op gevoel en verbeelding van den litterairen kunstenaar.

Enkel zij, wier Wie-jeugdherinneringen een 25 a 30 jaar terug gaan, kunnen weten, hoe dit thans Zoo triestige smalle pad eenmaal voor velen de bekende breede weg was, waar de verlokkingen dezer wereld zich rijkelijk aan deuren en vensters uitstalden, waar schetterende dansmuziek hun tegengolfde uit lokaliteiten, die verbij sterendie perspectieven gaven op die bonte warreling van veel vervólge vrouwenlijven.

Er gaat niets van af, de kennis van deze profane wereld uit de jaren van '80 tot '90 is niet zonder beteekenis voor een der belangrijkste tijdperken uit onze litteratuur-bistorie. Men kan er verzekerd van zijn, dat bier niet alleen menige iferachtige, rauwe realistische schets is geconcipieerd, maar ook menig kunstig, teer sonnet, waaruit blakende zinnenlust oplaait, of stille weemoed, grauwe zielsangst klagen, hier zijn eersten vorm heeft aangenomen. De toekomstige geschiedschrijver van onze moderne letteren zal, als bij de Beweging van '80 te schilderen heeft, zdoh af pijnen om de valsche, schelle schitteringen van deze vergane wereld voor zijn verbeelding te doen herleven.

Hoe geheel anders was de toestand van die Nes —

Sluiten