Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia de middeleeuwen „de grootste kloosterbuurt der stad" *) — ia het Amsterdam van tegen 1600 aan, toen de gouden eeuw, ook der Letteren, haar aanvang nam. De Heeren- en Keizersgrachten bestonden nog niet; de aanzienlijkste burgers van Amsterdam woonden in de Warmoesstraat, Kalverstraat, op den Nieuwendijk en ia de Nes. De welbekende, deftige Elisabeth Bas hield in de Nes, reeds tijidens het leven van haar man Jochem Swartenhondt, een dapper admiraal, wiens portret ook ia het Rijks-Museum prijkt, 2) het hotel van Amsterdam, waar graven van Nassau, gezanten en gedeputeerden afstapten; een oud-gouwgr neur-generaal van Nederlandsch-Indië, Laurens Reael, zocht in de Nes zijn residentie.

Dag aan dag breidde de stad zich uit, stelde zij zich beter in staat om aan haar nieuwe roeping van wereldkoopstad' na den val van Antwerpen te voldoen. De handel bracht welvaart en overvloed, die riepen om weelde en pronk, om kennis en vermaak, die eischten krachtig vertoon naar buiten in fleurige schutterscorpsen, rijkelijk gemak om zich in zaken eu bedrijf, zoowel als in de ruime levensomstandigheden vrij en lustig te bewegen.

In de Nes had men, nadat de stad' in 1578 geus geworden was, de Sint Pieterskerk tot vleeschhal ingericht; bet kerkhof was in1 vogel-, warmoes- en worstel markt herschapen; achter de bal had1 men een overdekte markt gebouwd'. De vischmarkt op den Middendam en het Damrak Sloot zich hierbij aan. En boven de voormalige kerk was een vergaderzaal opgetrokken voor de broeders van de oude rederijkerskamer „In Liefde bloeiende." Wie herinnert zich niet de prachtige, levendige schildering van' heel dit drukke marktgewoel in Breero's Moortje?

0 Zie Wagenaar, Geschiedenis van Amsterdam, I, 21. 2) No. 900.

Sluiten