Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deze kleurrijke omgeving van roezemoezende markthallen en geestdriftig kunstleven is Gerbrant Adriaenszoon Bredero in 1585 geboren, heeft hij de eerst zeventien jaar van zijn kort leven doorgebracht. Hier moeten zijn liefde voor de realiteit, zijn drang tot kunstenaarschap zijn ontwaakt.

Naast die vleeschhal toch in de Nes had zijn vader, Aeryaen Corneliszoon, een schoenmaker, zich in December 1586 een huis gekocht, dat hij waarschijnlijk reeds in huur bewoonde' en waar het beeld van een dér heeren van Brederode uithing of als gevelsteen was ingemetseld. In ofikaeele stukken van dien tijd wordt de familie dan ook meestal genoemd „in Bredero."

In 1602 betrekt zij het nieuwgekochte huis op de Oude Zijds-Voorburgwal bij de Varkenssluis. Door zijn schoenmakerijl en leerhandel, door het in die dagen van bloei voordeelig speculeeren in huizen, door het pachten van den impost der wijnen, kwam de vader in goeden doen.

Liefhebberij in schilderijen en het feit, dat hij familiegebeurtenissen noteerde in een Hollandsche vertaling van Titus Livius mogen doen vermoeden, dat hij eenige ontwikkeling bezat en niet ontbloot was van eenige .geestelijke cultuur. Een man van strenge zeden was hij geenszins, als men in aanmerking neemt, dat hij, sedert 1619 weduwnaar, op zijn 80ste jaar in 1639 hertrouwt met zijn bijzit, bij wie hij toen een 13-jarigen zoon had.

Ook zijn beide dochters zijn niet van een onbesproken gedrag. Bij alle luchthartigheid en losheid! van zeden, schijnt er in huis toch orde en regel geheerscht te hebben, die vermoedelijk vooral te danken waren aan de meer ernstige en zelfs vroomgodsdienstige moeder van den dichter. Die luchthartigheid en vromen ernst heeft Gerbrant in zijn leven vereenigd.

Een zoogenaamde geleerde opvoeding heeft hij niet

Sluiten